Meerjarenplan Steunpunt Verkeersveiligheid

Size: px
Start display at page:

Download "Meerjarenplan 2012-2015 Steunpunt Verkeersveiligheid"

Transcription

1 Meerjarenplan Steunpunt Verkeersveiligheid 27 januari 2012 Acroniem van het consortium - Acronym of the consortium: SPRINT 1 Promoter coordinator: Universiteit Hasselt - IMOB, Instituut voor Mobiliteit / Transportation Research Institute Wetenschapspark 5 bus Diepenbeek dr. Stijn Daniels Tel.: 011/ , Fax: 011/ , URL: Consortium members: Universiteit Hasselt IMOB: Instituut voor Mobiliteit / Transportation Research Institute Katholieke Universiteit Leuven SADL: Divisie voor Ruimtelijke Informatieverwerking / Spatial Applications Devision Leuven Katholieke Universiteit Leuven ETE: Onderzoeksgroep Energie, Transport en Milieu / Energy, Transport & Environment Katholieke Universiteit Leuven CIB: Centrum voor Industrieel Beleid, Verkeer & Infrastructuur / Centre for Industrial Management, Traffic and Infrastructure Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek VITO 1 Scientific and Policy relevant Research IN Traffic Safety

2 TABLE OF CONTENTS 1 NEDERLANDSE SAMENVATTING Werkpakket 1: Data & Indicatoren Werkpakket 2: Risico-analyse Werkpakket 3: Menselijk gedrag met betrekking tot systeem componenten voertuig-milieu Werkpakket 4: Ontwikkeling van verkeersveiligheidsmaatregelen Werkpakket 5: Ranking en evaluatie van de maatregelen Werkpakket 6: Valorisatie Werkpakket 7: Projectmanagement Externe aansturing van het Steunpunt door de opdrachtgever Interne projectorganisatie Extern overleg op project- en werkpakketniveau THE CONSORTIUM Composition of the consortium Justification of the choice of the consortium Brief introduction of the participating research groups Justification Distribution of tasks among the entities and the partner, and the modus operandi Distribution of resources among the participating research groups THE TRAFFIC SAFETY POLICY RESEARCH CENTRE Aims and intended results of the Policy Research Centre General aims for a Policy Research Centre Specific aims for the Traffic Safety Policy Research Centre Synthesis: issues to be addressed in the Traffic Safety Policy Research Centre RESEARCH PROGRAMME Introduction Schematic representation of the research programme Introduction of the content of the research programme Work package 1: Data and Indicators Work package 2: Risk Analysis Work package 3: Human behaviour in relation to system components vehicle-environment Work package 4: Development of road safety measures Work package 5: Ranking and evaluation of measures Work package 6: Valorisation Work package 7: Project management Short term questions Transversal societal themes Knowledge management Method of evaluation and possible amendments to the programme COMMUNICATION, VALORISATION AND QUALITY CONTROL Publication and valorisation of the scientific knowledge generated How the results will be made available to the responsible minister How the Policy Research Centre will implement consultation with and the participation of the Flemish government and other concerned actors The quality-assurance system (general measures to ensure research quality) Multiannual programme and budget 2

3 6 OVERZICHT VAN DE LOGISTIEKE EN MATERIËLE INBRENG (DUTCH) Huisvesting van het Steunpunt Mate waarin het Steunpunt een beroep kan doen op algemene diensten en faciliteiten van de deelnemende entiteiten Mate waarin leden van het omkaderend personeel tijd zullen besteden aan het Steunpunt Eigen logistieke en materiële inbreng van de deelnemende entiteiten PLANNING AND BUDGET Timing and allocation of personnel across the different tasks and researchers Budgeting of the expenditure of the assigned resources APPENDIX 3.A: REFERENCE LIST Multiannual programme and budget 3

4 1 NEDERLANDSE SAMENVATTING 1.1 WERKPAKKET 1: DATA & INDICATOREN In dit werkpakket worden verkeersveiligheidsdata en -indicatoren verzameld, geanalyseerd en ontsloten. Op basis van de uitgevoerde analyses wordt een verkeersveiligheidsmonitor voor Vlaanderen ontwikkeld, en publiceert het steunpunt het jaarrapport verkeersveiligheid. Het werkpakket omvat 2 taken: De Vlaamse verkeersveiligheidsmonitor In dit project wordt een instrument ontwikkeld dat (1) harmonisatie van data, indicatoren en analysemethodes voor de verkeersveiligheid in Vlaanderen mogelijk maakt; (2) de transfer van onderzoeksresultaten van het Steunpunt Verkeersveiligheid naar het beleid en de administratie mogelijk maakt. Indicatoren analyse Het jaarrapport verkeersveiligheid geeft een actueel overzicht van de situatie op het vlak van verkeersveiligheid in Vlaanderen. Een aparte analyse zal zich toespitsen op specifieke weggebruikers. Door de jaarlijkse systematische publicatie van een basisset van indicatoren, kunnen besluiten genomen worden over de evoluties van de situatie, de mate waarin doelstellingen worden bereikt, en de beleidsimpact. PROBLEEMSTELLING Verkeersveiligheid kan door tal van indicatoren worden weergegeven. In het steunpunt zullen bestaande en nieuwe indicatoren onderzocht en ontwikkeld worden om het fenomeen beter te begrijpen. Dit zal verder gaan dat de gebruikelijke indicatoren zoals ongevallenregistraties, die vooral het eindeffect meten. Naar analogie met de monitoring van het Mobiliteitsplan Vlaanderen (Hermans, 2011), zullen ook performantie-, beleid- en contextuele indicatoren aan bod komen. Dankzij de monitoring en analyse van een uitgebreide set van verkeersveiligheidsindicatoren, kunnen de beïnvloedende factoren beter begrepen worden, en is een meer proactief beleid mogelijk. De mate waarin doelstellingen worden bereikt en de effectiviteit van programma s en maatregelen worden duidelijker. Jarenlang heeft het departement MOW geïnvesteerd in de ontwikkeling en het beheer van relevante databanken voor verkeersveiligheid. Daarbij werden GEO-ICT instrumenten ontwikkeld voor de validatie, de verbetering en de actualisatie van de data (ongevallen locatie, verkeersborden, kwaliteit van het wegdek, ). Er zal gezocht worden naar synergie tussen deze inspanningen voor dataverzameling, indicatoren selectie en dataverwerking, en de onderzoeksresultaten van het Steunpunt Verkeersveiligheid. De ontwikkeling van databanken en de ruimtelijke analyses van verkeersveiligheid gebeuren in een GIS omgeving, en het Internet en het worldwide web maken de communicatie en data transmissie mogelijk. Men kan dus stellen dat de verschillende componenten samen een specifiek informatiesysteem voor verkeersveiligheid vormen. Echter, de conceptualisering van verkeersveiligheid in de verschillende componenten van het informatiesysteem kan verschillend zijn omwille van verschilllende percepties, indrukken of conventies. In een geavanceerd monitoringsysteem is er nood aan een semantische uitdieping van de concepten om verschillende conceptualisaties met elkaar te associëren of integreren. Hiervoor dient een domein-specifieke ontologie opgebouwd te worden die de concepten duidelijk definieert en met elkaar associeert. DOELSTELLINGEN EN BEL EIDSRELEVANTIE Ontwikkeling van een semantisch referentiesysteem als fundering voor de betekenis van termen en voor de vertaling tussen verschillende gebruikersgemeenschappen; Harmonisatie van data, indicatoren en analysemethoden in het domein van verkeersveiligheid in Vlaanderen; Multiannual programme and budget 4

5 Transfer van onderzoeksresultaten (nieuwe indicatoren, nieuwe evaluatie en modelleringstechnieken) en expertise van het Steunpunt Verkeersveiligheid naar het beleid en de administratie; Ontwikkeling van een geavanceerd Geo-ICT monitoring systeem voor verkeersveiligheid, rekening houdend met bestaande databanken, instrumenten en systemen gebruikt bij de Vlaamse overheid en waarbij een pragmatische interoperabiliteit nagestreefd wordt; Publicatie van het jaarrapport verkeersveiligheid dat de actuele situatie op het gebied van verkeersveiligheid op de Vlaamse wegen weergeeft, en de evolutie in termen van resultaat-, performantie-, context- en beleidsindicatoren. PROJECTEN In het eerste project ligt de nadruk op de ontwikkeling van een instrument, de veiligheidsmonitor voor Vlaanderen. Het doel daarbij is om een actieve gemeenschap op te starten, waarin data, analysetechnieken en resultaten worden ontwikkeld, toegepast, geëvalueerd, verfijnd en gedeeld. Dit instrument wordt ontwikkeld in een GIS omgeving en laat nieuwe ontwikkelingen toe van bestaande instrumenten in het domein van mobiliteit en verkeersveiligheid in Vlaanderen. Dat vereist een eigen ontologie en semantiek in het domein van verkeersveiligheid, en data (en meta-data) harmonisatie. Het instrument wordt geïntegreerd in een GIS, met semantische documentatie en communicatie mogelijkheden (veel gestelde vragen, forum, ). Het tweede project gaat over de evolutie van verkeersveiligheid, uitgedrukt in indicatoren. Dat wordt als tastbaar resultaat gepubliceerd in het jaarrapport verkeersveiligheid. Dit rapport geeft inzicht in het profiel van verkeersslachtoffers, de soorten ongevallen, de overtreders, de handhaving, enz. Een aparte analyse zal zich toespitsen op specifieke doelgroepen zoals fietsers of kinderen. Bovendien zal, door het systematisch gebruik van eenzelfde basis set van indicatoren, de evolutie verduidelijkt worden, alsook de beleidsimpact en de mate waarin beleidsdoelstellingen worden bereikt. JAARPLAN 2012 De volgende taken zijn gepland voor 2012: - Analyse van huidige data, indicatoren, instrumenten en systemen gebruikt bij MOW (taak 1.1 en 1.2); - Uitwerken van een eerste versie van de ontologie voor verkeersveiligheid (taak 1.1); - Toevoegen van resultaat-, performantie-, context en beleidsinformatie en dataverzameling (taak 1.2); - Publicatie van het jaarrapport verkeersveiligheid (taak 1.2) Multiannual programme and budget 5

6 1.2 WERKPAKKET 2: RISICO-ANALYSE PROBLEEMSTELLING Het verbeteren van de verkeersveiligheid in Vlaanderen vereist gedetailleerd inzicht. De analyse van data levert hierbij waardevolle informatie op. Gegeven de inspanningen die worden geleverd met betrekking tot dataregistratie, is het van belang om ten volle gebruik te maken van de beschikbare informatie en zoveel mogelijk hieruit te halen. Door het beschouwen van ongevallen- en blootstellingsdata kan het relatieve veiligheidsniveau op verschillende locaties berekend worden. Door ook infrastructurele kenmerken op te nemen in de analyse kan een nog volledigere verkeersveiligheidsscore berekend worden voor een weglocatie. Bovendien kan nagegaan worden of het verkeersveiligheidsniveau op een bepaalde locatie het aantal ongevallen dat verwacht kan worden op zulke locatie al dan niet overstijgt. Bovendien is het nuttig om verkeersveiligheid ook op een meer detailniveau te analyseren waarbij een ongevallocatie (vb. een door verkeerslichten geregeld kruispunt) verder opgedeeld is in locatiesegmenten. De mate van verwonding voor bepaalde groepen van weggebruikers alsook de ongevallenpatronen verschillen mogelijk sterk tussen deze verschillende secties. Tot slot zou een ruimtelijke benadering van verkeersveiligheid interessante inzichten opleveren betreffende de relatie tussen verkeerskenmerken en de omliggende omgeving, de interacties tussen landgebruik, transportinfrastructuur, gedrag van weggebruikers en hun veiligheidsimpact, alsook effecten van verkeersmanagement- en verkeersveiligheidsmaatregelen op meerdere niveaus. DOELSTELLINGEN EN BEL EIDSRELEVANTIE De analyse van verkeersongevallen vormt een belangrijk instrument voor het verbeteren van de verkeersveiligheid (zie vb. Vlaamse overheid, 2011). Dit houdt de toepassing van state-of-the-art technieken in op bestaande data (zoals ongevallendata, blootstelling, infrastructurele kenmerken) en de verdere studie van veelbelovende methodes zoals videoanalyses. In werkpakket 2 worden drie projecten die hieraan gerelateerd zijn ontwikkeld. Een veilige infrastructuur is één van de prioriteiten voor de Vlaamse overheid (zie vb. Vlaams Parlement, 2009). Meer bepaald wordt de identificatie en rangschikking van secties met een hoge ongevalconcentratie vermeld in de Europese richtlijn 2008/96/EC en een Vlaams Decreet uit juni Project 2.1 veiligheidsmanagement van het netwerk is erop gericht om beleidsmakers te adviseren bij de identificatie van secties met een hoge ongevalconcentratie op het Vlaamse netwerk (van autosnelwegen en gewestwegen) die een hoog veiligheidspotentieel hebben. Een tweede doelstelling van project 2.1 is het bepalen van het veiligheidsniveau van een weg op een meer gedetailleerde manier. Door middel van het verzamelen en combineren van gedetailleerde infrastructurele kenmerken en blootstellingsdata zal een verkeersveiligheidsscore berekend worden voor een selectie van wegsecties. Waardevolle verkeersveiligheidsdata bestaan in Vlaanderen. Toch worden deze data nog niet volledig benut. Project 2.2 analyseren van ongevalpatronen door gebruik van manoeuvrediagrammen maakt gebruik van de exacte locatie van ongevallen en door middel van manoeuvrediagrammen kan een beter inzicht geboden worden in de ongevalpatronen en hun voorkomen (zowel in het algemeen als voor bepaalde types van weggebruikers) op verschillende secties van een weglocatie. Door ongevallendata op een zodanig gedetailleerd niveau van weglocatiesecties te analyseren, wordt het mogelijk om specifiekere aanbevelingen in termen van ontwerp van weginfrastructuur te doen. Bruikbare resultaten uit de geplande gevalstudies (vb. rotondes, door verkeerslichten geregelde kruispunten) kunnen opgenomen worden in bestaande richtlijnen (zie vb. AWV, 2009). Vlaanderen streeft naar een dynamische samenleving (e.g. ViA, 2011). Dit impliceert een efficiënt, veilig en aantrekkelijk transportsysteem. Het bestaande landschap (o.a. dichtbevolkte stadswijken nabij autosnelwegafritten en toegangswegen) hindert dit echter in bepaalde mate. Dit vereist het inzoomen op specifieke locaties om inzicht te verkrijgen in lokale omstandigheden, perceptie en verplaatsingsgedrag en om de interactie tussen verkeer en de omgeving goed te begrijpen. Een ander Multiannual programme and budget 6

7 aspect van project 2.3 ruimtelijke benadering van verkeersveiligheid is het onderzoeken van het potentieel van nieuwe dataverzamelings- en analysetechnieken zoals videobeelden verzameld voor mobile mapping doeleinden. Tot slot wordt de overdraagbaarheid (van de resultaten van de gevalstudie en de beoordelingsmethode voor andere locaties in Vlaanderen) bestudeerd. JAARPROGRAMMA 2012 In 2012 zal onderzoek gebeuren met betrekking tot project 2.1, project 2.2 en project 2.3. Beide taken in project 2.1 zullen van start gaan. Ten eerste zullen gevaarlijke wegsecties geselecteerd worden (taak 2.1a). Meer bepaald zal een lijst bestaande uit gevaarlijke autosnelwegsegmenten in Vlaanderen opgesteld worden in Dit vereist het bepalen van de databehoeften en de verzameling van data. Daarnaast zullen state-of-the-art methodologieën bestudeerd en toegepast worden om zo de meest gevaarlijke segmenten te identificeren en te rangschikken. Deze segmenten zullen in detail bestudeerd worden om hun veiligheidspotentieel te bepalen. Ten tweede zal onderzoek uitgevoerd worden in verband met de berekening van de verkeersveiligheidscore (taak 2.1b) voor een bepaalde wegsectie. In het bijzonder zullen relevante infrastructuurelementen geïdentificeerd worden en zullen methodes voor het combineren (of wegen) van informatie alsook voor validatie onderzocht worden. Project 2.2 analyseert ongevalpatronen aan de hand van manoeuvrediagrammen. In 2012 zal een gevalstudie gebeuren. Meer bepaald zullen de ongevalkenmerken, locatiekenmerken en de exacte positie van het ongeval bepaald worden voor een subset van locaties. Ook wordt een protocol geformuleerd om de locatie in verschillende secties onder te verdelen. Tot slot worden de data geanalyseerd en de resultaten besproken. Project 2.3 handelt over een ruimtelijke benadering van verkeersveiligheid. Ten eerste zal een stateof-the-art overzicht opgesteld worden van de belangrijkste relevante parameters en van de mogelijke (kwantitatieve en kwalitatieve) analysemethodes. Aangezien er gebruik wordt gemaakt van gevalstudies in dit project, worden ook geschikte locaties en tijdstippen voor landelijke en stedelijke gevalstudies bepaald. Deze omgevingen worden vervolgens bestudeerd aan de hand van lokale observaties. In 2012 ligt de focus op eye-tracking technieken toegepast om het gedrag van verschillende niet-gemotoriseerde doelgroepen te verklaren. Multiannual programme and budget 7

8 1.3 WERKPAKKET 3: MENSELIJK GEDRAG MET BETREKKING TOT SYSTEEM COMPONENTEN VOERTUIG-MILIEU PROBLEEMSTELLING De rol van de mens kan niet worden onderschat in de verkeersveiligheid. Recent onderzoek geeft aan dat menselijke fouten tot maar liefst 75% bijdragen aan alle verkeersongevallen (Medina et al. 2004). Het meeste onderzoek over menselijke fouten heeft daarom een benadering gevolgd die de persoon centraal stelt. Niettemin is het vaak de wisselwerking tussen (ongepast) menselijk gedrag en de andere systeemcomponenten (weginfrastructuur, omgeving, voertuig) die uiteindelijk leidt tot een verkeersongeval. Daarom bestuderen meer en meer studies de verkeersveiligheid op de weg vanuit een systeemperspectief, eerder dan elk van de onderliggende elementen individueel te bekijken. De systeembenadering erkent dat feilbaarheid deel uitmaakt van de menselijke kenmerken en dat fouten het onvermijdelijk gevolg zijn van ontoereikende omstandigheden die aanwezig zijn in complexe systemen (zoals het wegverkeer) Een algemeen bekende systeembeschrijving hiervoor is Reason s Zwitserse kaas-model voor het veroorzaken van ongevallen (Reason, 1990). De systeembenadering van verkeersongevallen op de weg stelt dat de fouten die mensen maken, het gevolg zijn van fouten-veroorzakende of latente omstandigheden die aanwezig zijn in het (verkeers)systeem. Anders dan bij de persoonsbenadering, worden menselijke fouten niet langer gezien als de voornaamste reden van ongevallen, maar als het gevolg van de latente omstandigheden binnen het systeem (Salmon et al., 2005). Volgens het model gebeuren de ongevallen wanneer de gaten in de verdediging van het systeem elkaar, in zeldzame gevallen, zo opvolgen dat het traject van de aanloop naar het ongeval elk van de verschillende verdedigingslagen kan doorbreken. In de meeste gevallen zal het traject van de aanloop naar een ongeval echter gestopt worden door de verdedigingen die in elke verdedigingslaag van het systeem ingebouwd zijn. Figuur 2: Aanpassing van het Zwitserse kaas-model van Reason Een algemeen bekende systeembeschrijving in de literatuur over de verkeersveiligheid, hier toegepast op het Zwitserse kaas-model in Figuur 2, is de bestuurder-omgeving-voertuig benadering (Carsten et al., 1989). Derhalve vinden verkeersongevallen plaats ten gevolge van een fout in een of meerdere elementen (bestuurder, omgeving of voertuig) van het wegsysteem. Beleidsmakers moeten daarom vanuit een holistisch standpunt kijken naar het verkeersveiligheidsprobleem en oplossingen vinden op de verschillende niveaus van het verkeersveiligheidssysteem. Multiannual programme and budget 8

9 DOELEN EN BELEIDSRELE VANTIE Zoals beschreven in de probleemstelling, zijn innovatieve oplossingen nodig voor elk van de drie dimensies (bestuurder, omgeving en voertuig) van het verkeersveiligheidssysteem om de gaten te vullen in het Zwitserse kaas-model. In project 3.1 ligt de nadruk op de menselijke gedragscomponent in het veiligheidssysteem. Meer specifiek heeft dit project tot doelstelling om de relaties tussen ouders en hun kroost inzake verkeersveiligheid te onderzoeken. Het wil specifieke beleidsaanbevelingen formuleren voor een doeltreffend management van het ouderschap als strategie voor gedragsverandering in opvoedingsen bewustmakingscampagnes. Er is aangetoond dat ouders via hun rol als opvoeder een unieke opportuniteit hebben om het gedrag van hun kinderen vorm te geven en te beïnvloeden. (Taubman Ben-Ari, Mikulincer, & Gillath, 2005). Bovendien, vermits ouders de voornaamste invloed uitoefenen bij de socialisering van hun kinderen, blijven zij een impact hebben op het gedrag gedurende het hele leven van hun kinderen (Bartholomew et al., 2006). Studies hebben aangetoond dat, wanneer zij goed worden toegepast, de opvolging en het opleggen van beperkingen door ouders de verkeersovertredingen, risicovol gedrag en het aantal voertuigongevallen van adolescenten kunnen verminderen (Hartos et al., 2000, 2001). Daarom geloven we dat in de context van de beleidsstrategie levenslang leren (FCVV, 2011; Vlaams Parlement, 2009) het onderzoek van deze relatie tussen ouders en kinderen (de zogenaamde ouders-kroost socialisering) van cruciaal belang is. Ook in de Europese beleidslijnen voor verkeersveiligheid (Europese Commissie, 2010) wordt meer aandacht besteed aan de rol van de begeleidende persoon in de rijopleiding. Positieve attitudes, vaardigheden en gedrag aangeleerd door professionele leraars (bv. leerkrachten op school, professionele rijinstructeurs) kunnen inderdaad versterkt (of verzwakt) worden als ouders het juiste gedrag zelf tonen en toepassen (of niet). Sociale leertheorie heeft echter aangetoond dat een positieve overdracht van attitudes, vaardigheden en gedrag afhankelijk is van een aantal voorwaarden en dat dit niet automatisch verzekerd is. Daarom zullen we in dit project nagaan in hoeverre er aan deze voorwaarden voldaan is en hoe beleidsmakers concrete acties kunnen ondernemen om het socialiseringsproces tussen ouders en hun kroost te verbeteren. Project 3.2 legt de nadruk op de wisselwerking tussen de omgeving en de gedragscomponent in het verkeersveiligheidssysteem. Meer bepaald is het de doelstelling van dit project om een beter inzicht te krijgen in de factoren die een ongeval veroorzaken en dit met behulp van de (videogebaseerde) observatie en analyse van verkeersconflicten en van normaal interactief gedrag op geselecteerde delen van de weginfrastructuur. Het gebruik van technieken voor de observatie van conflicten in plaats van klassieke ongevallengegevens wordt gemotiveerd door het feit 1) dat er verschillende nadelen verbonden zijn aan het gebruik van ongevallengegevens om tijdig een inzicht te krijgen in de oorzaken van ongevallen of de doeltreffendheid van veiligheidsmaatregelen, en 2) dat nieuwe methoden en technieken voor de observatie van conflicten het stadium van maturiteit bereiken en inzichten mogelijk maken die niet kunnen gerealiseerd worden door het klassiek onderzoek van ongevalgebaseerde gegevens. De relevantie voor beleidsmakers kan op verschillende manieren worden gemotiveerd. Eerst en vooral wijst de oproep tot voorstellen voor het nieuwe Steunpunt Verkeersveiligheid op de nood tot diepteanalyses van verkeersongevallen als een van de twee grote onderzoeksonderwerpen. Ten tweede vraagt de oproep tot voorstellen expliciet dat er bijkomend onderzoek gebeurt naar de doeltreffendheid van verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit project komt tegemoet aan beide doelstellingen omdat 1) het de analyse van nieuwe datatypes (bijna-conflicten en normaal interactief gedrag) onderliggend aan het veroorzaken van ongevallen mogelijk maakt, en 2) het toelaat om de doeltreffendheid van verschillende types van verkeersveiligheidsmaatregelen veel sneller in te schatten dan met de klassieke benadering waarin voldoende ongevallengegevens (dikwijls voor verschillende jaren) moeten verzameld worden vooraleer statistisch onderbouwde conclusies kunnen getrokken worden. Tenslotte, legt project 3.3 de nadruk op de wisselwerking tussen drie componenten van het verkeersveiligheidssysteem: het gedrag van de weggebruiker, het voertuig en de infrastructuur. Meer bepaald wordt de rode lijn in het project gevormd door het onderzoek naar de verwachte impact op de verkeersveiligheid van een nieuwe elektrische transportmodus, namelijk de elektrische fiets. Het project brengt eerst en vooral de beschikbare gegevens en kennis samen over functioneel fietsgebruik, -veiligheid en infrastrucuur in Vlaanderen. Deze informatie wordt aangevuld met nieuwe gegevens, verzameld via GPS-logging en Stated Preference enquêtes. Gebaseerd op de empirische Multiannual programme and budget 9

10 analyse van deze informatie wordt vervolgens een verfijnd fietsmodel ontwikkeld dat kan geïntegreerd worden in het Multi-modaal planningsmodel van Vlaanderen. Dit omvat eerst en vooral een beschrijving van het fietsnetwerk en de ontwikkeling van een adequaat routekeuze model voor de fietsmodus. Daaruit kunnen de weerstandsmatrices voor fietsverplaatsingen afgeleid worden die een input leveren in de modale keuze en toelaten om het effect te simuleren van aanpassingen in het fietsnetwerk op de modale keuze. Daarnaast kan op basis van de verzamelde gegevens de module voor de modale keuze geüpdated en indien nodig verfijnd worden. Dit alles moet toelaten om een kwantitatieve analyse te maken van de impact op de verkeersveiligheid van veranderingen in functioneel fietsgebruik veroorzaakt door veranderingen in fiets- en infrastructuurbeleid en een meer verspreid gebruik van elektrische fietsen. De relevantie van dit project voor de beleidsmakers is direct gerelateerd aan de oproep tot voorstellen voor het nieuwe Steunpunt Verkeersveiligheid vermits onderzoek naar nieuwe innovatieve transporttechnologieën werd gevraagd. Ten tweede is de keuze voor elektrische transportmodi gemotiveerd door de recente toegenomen belangstelling van beleidsmakers, zowel op regionaal als op internationaal niveau, voor een snelle toename van de elektrificatie van transportmodi met het oog op het verkrijgen van schonere en energie-efficiënte voertuigen voor de toekomst (bv. zie blz. 8 van European Commission, 2010; blz van Vlaams Parlement, 2009). Bovendien heeft de Vlaamse regering recent vijf proeftuinen opgestart om de innovatie en het gebruik van elektrische voertuigen aan te moedigen. Hierbij wordt ook het belang van bijkomend onderzoek in dit domein benadrukt. Op dit moment is het nog niet geweten wat de gevolgen zullen zijn voor de verkeersveiligheid van een toepassing op grotere schaal van deze nieuwe transportmodi (Schoon & Huijskens, 2001). Tenslotte, zal dit project met nieuwe data en kennis bijdragen aan de Multi-modale planningsmodellen voor Vlaanderen, wat ex-ante evaluaties mogelijk maakt van de impact op verkeersveiligheid van infrastructurele en andere maatregelen en trends zoals een toename van het elektrisch fietsverkeer. JAARPLAN 2012 Project 3.3 gaat van start in Dit jaar zal in hoofdzaak besteed worden aan de voorbereiding van de testpopulatie van elektrische fietsen, en een deel gericht literatuuronderzoek. Dit omhelst meer concreet de volgende activiteiten: - Inventaris en keuzebepaling van technologische oplossingen voor gps-logging and data management - Ontwikkeling van een plan van aanpak voor de installatie van de loggers - Voorbereiden van de samenstelling van de testpopulatie o Screen van kanalen voor het vinden van testpersonen (Fietsersbond, fietswinkels, enz.) o Bepaling van een relevante samenstelling van de testpopulatie (leeftijd, sexe, gebruik van de fiets, gezinssamenstelling, enz.) o Opzetten van een procedure voor het recruteren van testpersonen - Literatuuroverzicht van GPS-gebaseerde gedragsanalyse - Voorbereiding van de dagboeken voor de testpopulatie - Voorbereidende ontwikkeling van de stated preference vragenlijsten Multiannual programme and budget 10

11 1.4 WERKPAKKET 4: ONTWIKKELING VAN VERKEERSVEILIGHEIDSMAATREGELEN PROBLEEMSTELLING Het verkeerssysteem in zijn geheel bestaat uit drie interagerende componenten: voertuigen, weggebruikers en de wegomgeving. Elke verkeerssituatie kan omschreven worden als de interactie tussen deze drie systemen (Wierwille et al., 2002). Een beruchte studie uitgevoerd door Sabey & Taylor (1980), stelde vast dat in niet minder dan 96% van de gevallen, de zogenoemde menselijke factor (i.e., de weggebruiker) beschouwd kan worden als een bijdragende component in het plaatsvinden van een ongeval. In 65% van de gevallen zou onaangepast weggedrag zelfs de enige of belangrijkste oorzakelijke factor zijn. Bij het onder handen nemen van het probleem van gevaarlijk weggedrag beveelt het bekende Swiss Cheese Model (Reason, 1997) beleidsmakers inzake verkeersveiligheid aan om een zogenoemde systeembenadering aan te nemen. In essentie impliceert een systeembenadering dat met het oog op het succesvol monitoren van weggedrag, men zou moeten vermijden om individuen geïsoleerd van de andere componenten binnen het verkeerssysteem (i.e., voertuig en wegomgeving) te behandelen. Ondersteuning voor een systeembenadering jegens het begrijpen en veranderen van menselijk gedrag komt van specialisten binnen de gezondheids- en sociaal-psychologie (Bartholomew et al., 2006). Verscheidene strategische documenten geven aan dat de Vlaamse Overheid zulk een systeembenadering waardeert als een belangrijk beleidsgegeven (Departement MOW, 2003; Departement MOW, 2008; Vlaams Parlement, 2009). Dit blijkt ondermeer uit de variëteit aan maatregelen die worden voorgesteld om het aantal ongevallen, gewonden en doden terug te brengen. Meer in detail rust het Vlaams beleid inzake de promotie en het behoud van de verkeersveiligheid op vier basispilaren, i.e., wetgeving, ordehandhaving, techniek en educatie. Volgens Delhomme et al. (2009) dienen wetgeving en ordehandhaving voornamelijk om af te schrikken: door middel van codes, regels, beperkingen en bestraffingsmechanismen (boetes, strafpunten, intrekking van rijbewijs, etcetera) wordt risicovol gedrag onder weggebruikers ontmoedigd. Belangrijk is dat specialisten in de gedragspsychologie beweren dat afschrikking op zichzelf onvoldoende blijkt om een duurzaam gewenst gedragspatroon te bewerkstelligen (Bartholomew et al., 2006). Om ervoor te zorgen dat veilig gedrag duurzaam is, zouden weggebruikers daartoe zelfbereid en intrisiek gemotiveerd moeten zijn (Deci & Ryan, 1985). Het belang van maatregelen die gericht zijn op het creëren van intrinsiek gemotiveerde weggebruikers wordt sterk benadrukt in Vlaamse beleidsdocumenten (Departement MOW, 2008; Vlaams Parlement, 2009). Eerder dan wetgeving en ordehandhaving worden zowel techniek als educatie aanzien als meer geschikt om vrijwillig veilig gedrag te induceren (Delhomme et al., 2009). Dit werpakket concentreert zich daarom op de technologische en educatieve beleidspilaren (het aspect ordehandhaving zal dus niet afgedekt worden in dit werkpakket, maar zal behandeld worden in project 5.1 en in werkpakket 5). Meer in het bijzonder zullen drie verschillende benaderingen inzake gedragsbeïnvloeding (i.e., simultorgebaseerde training, voertuig-interne technologie en wegontwerp & infrastructuur) onderzocht worden. Belangrijk vanuit een methodologisch standpunt is dat de drie projecten binnen dit werkpakket allen een rijsimulator-component in hun opzet zullen voorzien. Vergeleken met andere methoden (veldstudies, direkte wegobservaties, naturalistisch rijden) is simulatoronderzoek veilig, adaptief, kostenefficiënt, gemakkelijk herneembaar en voorzien van de mogelijkheid om gecontroleerde studies uit te voeren die op een wetenschappelijk zeer degelijke manier geëvalueerd kunnen worden (Fisher et al., 2011). Ten slotte zal doorheen dit werkpakket de notie ex-ante evaluatie centraal staan. Zoals aangegeven door Delhomme et al. (2009, p.23) is het belangrijk voor overheden om op tijd te weten of investeringen al dan niet de moeite waard zijn, zodat beschikbare budgetten zo goed mogelijk kunnen worden gespendeerd. DOELEN EN BELEIDSRELE VANTIE Dit werkpakket bevat drie projecten die het nut onderzoeken van educatieve en technologische strategieën die bestuurders intrinsiek zouden kunnen motiveren tot veilig gedrag. De geselecteerde strategieën zullen onderworpen worden aan een ex-ante evaluatie in een simulatorgebaseerd opzet. Over de drie projecten zullen verschillende bestuurderssegmenten bestudeerd Multiannual programme and budget 11

12 worden. Project 4.1 is gesitueerd binnen de educatieve beleidszuil en zal een simulator-gebaseerde zelf-commentaar training met het oog op verbeterde gevaardetectievaardigheden bij jonge onervaren bestuurders voorstellen, implementeren en evalueren. Project 4.2 houdt verband met de technologische beleidszuil en meer specifiek met de toepassing van verkeerssignalisatie en andere soorten begeleidende verkeersmaatregelen in de nabijheid van hoogbelastende situaties (zoals werfzones op snelwegen), met het oog op het (opnieuw) alert maken van weggebruikers en het oproepen van gepast rijgedrag. Project 4.3 ressorteert ook onder de technologische beleidszuil, maar hier ligt de focus meer in het bijzonder op wegontwerp en infrastructuur. Project 4.1 Project 4.1 is gesitueerd binnen de educatieve beleidszuil en heeft zijn startpunt in enkele van de meest recente ontwikkelingen binnen het domein van educatie van bestuurders. Over de laatste jaren zijn zogenoemde cognitief-perceptuele trainingsprogramma s enorm in aantal toegenomen onder impuls van de Goals for Driving Education (GDE) matrix (Hatakka et al., 2002). Cognitief-perceptuele programma s focussen op hogere orde vaardigheden en meer specifiek op informatieverwerking, gevaardetectie, omgevingsbewustzijn, aandachtscontrole, tijdsverdeling en zelf-calibratie (Senserrick & Haworth, 2005). Deze programma s zijn meer in het bijzonder gericht op de doelgroep van jonge onervaren bestuurders, aangezien het aangetoond is dat zij significant slechter presteren op dit soort hogere orde cognitief-perceptuele vaardigheden in vergelijking met meer ervaren bestuurders (Whelan et al., 2002). De meeste bestaande trainingsprogramma s hebben foto s (Pollatsek et al., 2006b), videobeelden (Chapman et al., 2002) en on-road commentaar (Crundall et al., 2010) gebruikt als trainingsmateriaal en bleken positieve maar slechts beperkte effecten te hebben op gevaardetectie bij onervaren bestuurders. Interessant hierbij is dat binnen een degelijke virtuele omgeving, simulatorgebaseerde training enkele moeilijkheden verbonden aan de hierboven genoemde trainingsmethoden kan overkomen. Bijvoorbeeld, foto s en videobeelden als trainingsmateriaal zijn minder interactief en in veel van de tot dusver uitgevoerde trainingsstudies komt de manier waarop men met gevaar omgaat al helemaal niet aan bod. Bijgevolg is het zo dat, alhoewel deelnemers aan dergelijke trainingsprogramma s gevaren sneller detecteren, deze slechts minimaal verbeteren daar waar het aankomt op hoe men gepast op de opgespoorde gevaren dient te reageren. In navolging van de laatste trend waarbij simulatoren meer en meer ingezet worden als educatieve hulpmiddelen binnen de (privé)sector aangaande het trainen van rijvaardigheid (Fisher et al., 2011; Groot et al., 2001), zal dit project (1) een simulatorgebaseerde zelf-commentaar training voorstellen en implementeren die als bedoeling heeft onervaren bestuurders te verbeteren in hun gevaarperceptie vaardigheden, en (2) een follow-up survey aangaande het rijverleden om na te gaan in welke mate de training transfereert en het effect behouden blijft. Het belang van het trainen van cognitief-perceptuele vaardigheden komt ondermeer van de bevinding dat ongevalsaantallen verdubbelen tussen het 5 e en het 95 ste percentiel op gevaarperceptie scores (Quimby et al., 1986). Daarnaast zijn (GDE-gebaseerde) educatieve strategieën die toegespitst zijn op jonge onervaren bestuurders een voorname beleidsprioriteit (Departement MOW, 2003; Departement MOW, 2008). Project 4.2 Project 4.2 houdt verband met de technologische beleidszuil en meer specifiek met de toepassing van verkeerssignalisatie en andere soorten begeleidende verkeersmaatregelen in de nabijheid van hoogbelastende situaties (zoals werfzones op snelwegen), met het oog op het (opnieuw) alert maken van weggebruikers en het oproepen van gepast rijgedrag. Begeleidende verkeersmaatregelen kunnen allerhande vormen aannemen, gaande van allerlei soorten wegmarkeringen zoals transversale trilstrooken, tot meer traditionele verkeerstekens zoals adviserende snelheidslimieten, trajectbegeleidende (vis)graatmarkeringen en aflijningen, etcetera. Meer en meer bekend zijn de zogenoemde digitale informatiepanelen. Eén van de meest recente trends in het domein van operationeel verkeersmanagement, is het gebruik van zogenaamde variabele of dynamische informatieborden. Deze kunnen bijzonder nuttig zijn in situaties waar een dynamische regeling van snelheid gewenst is, zoals bijvoorbeeld, in het geval van wegenwerken in een snelwegomgeving. Dit project stelt een experiment voor dat plaats zal vinden in de rijsimulator. Rijsimulatoren bieden de mogelijkheid om zowel de mentale toestand als het rijgedrag van bestuurders te bestuderen en het Multiannual programme and budget 12

13 effect van bijkomende begeleidende maatregelen zoals markeringen, borden en displays te verifiëren in een veilige en gecontroleerde omgeving. In nauw overleg met het Agentschap Wegen en Verkeer en afhankelijk van de technische uitvoerbaarheid zullen zowel de specifieke begeleidende maatregelen of ingrepen, als de specifieke verkeerssituaties en de doelpopulatie(s) die getetst moeten worden, bepaald worden. In termen van de te testen verkeerssituaties, zouden werfzones in een snelwegomgeving een te onderzoeken potentiële kandidaat kunnen zijn. In termen van te onderzoeken testsamples zouden verschillende bestuurdersprofielen een optie kunnen zijn, gaande van jongeren tot volwassen of oudere bestuurders, zowel als professionele bestuurders zoals vrachtwagenchauffeurs. De relevantie van dit project kan afgeleid worden van het feit dat het Vlaams beleid de belangrijkheid van een hoogwaardig verkeerssysteem ( hoogwaardig verkeerssysteem ; Departement MOW, 2008; Vlaams Parlement, 2010) benadrukt. Het adequaat ontwerp van infrastructuur is één van de belangrijkste precondities voor de ontwikkeling van een veiliger verkeerssysteem. Infrastructuur zou weggebruikers moeten informeren over (on)verwachte verkeerscondities of conflicten en het gewenste gedrag aanmoedigen, daarbij steeds rekening houdend met de capaciteiten en beperkingen van de mens. Daarnaast biedt de simulator de mogelijkheid tot ex-ante evaluaties, i.e., evaluaties van maatregelen die nog niet geïmplementeerd zijn. Bijkomende begeleidende maatregelen kunnen alsdus eerst geëvalueerd worden alvorens enige defintieve beslissingen gemaakt moeten worden. Deze evaluaties kunnen plaatsvinden op korte termijn en kunnen relatief snel uitgevoerd worden. Dit zal van groot belang zijn om toekomstige beleidsintenties te onderbouwen in de juiste richting, en dat op een snelle en efficiënte manier (Dutch Department of Finances, 2003). Project 4.3 Project 4.3 houdt ook verband met de technologische beleidszuil, met de focus in dit project gericht op wegontwerp en infrastructuur. De Vlaamse (Departement MOW, 2008; Vlaams Parlement, 2009 & 2010), Federale (FCVV, 2009 & 2011), en Europese overheden (European Commission, 2010) formuleerden beleidsintenties gebaseerd op een variëteit aan infrastructurele maatregelen om de gestelde doelstellingen inzake verkeersveiligheid te realiseren. Mogelijke maatregelen zijn de verbetering en uitbreiding van voetgangers- en fietsersfaciliteiten, de implementatie van dynamisch verkeersmanagement, de optimalisatie van signalisatie in werkzones en tunnels, de ontwikkeling van zelf-verklarende en vergevingsgezinde wegen opdat het wegnetwerk correct kan worden gecategoriseerd, etcetera. Samen met AWV zal beslist worden welke maatregelen er geëvalueerd kunnen worden. In dit project wordt een dubbele aanpak voor de ex-ante evaluatie van een specifieke maatregel voorgesteld: een simulatorexperiment en een voor- en na veldstudie m.b.t. de testsetting. Ex-ante of proactieve evaluatie van dergelijke maatregelen wordt internationaal aanbevolen (AASHTO, 2010; ETSC, 1997; SafetyNet 2009c (p.24); PIARC, 2003 (p.128)) omdat het beleidsmakers toelaat om (1) beter inzicht te verkrijgen omtrent de effecten van beleidsintenties, te leveren prestaties en middelen te gebruiken, (2) richting te geven aan strategische beslissingen in de fase van beleidsvoorbereiding, en (3) rekenschap geven en nemen van het uitgevoerde beleid (Dutch Department of Finances, 2003). Multiannual programme and budget 13

14 1.5 WERKPAKKET 5: RANKING EN EVALUATIE VAN DE MAATREGELEN PROBLEEMSTELLING Binnen het ViA heeft de Vlaamse Overheid amibiteuze doelstellingen voorop gesteld om de verkeersveiligheid te verbeteren. In het publieke debat alsook in de wetenschappelijke literatuur worden heel wat maatregelen naar voren geschoven. Als een gevolg daarvan worden beleidsmakers geconfronteerd met het moeilijke probleem om de relatieve meerwaarde van deze verschillende maatregelen onderling te evalueren alsook een keuze te maken tussen deze mogelijke maatregelen zodat de vooropgestelde objectieven op de meest efficiënte wijze worden gehaald en op een manier die door het brede publiek wordt geaccepteerd. In het oproepdocument voor het nieuwe Steunpunt Verkeersveiligheid wordt daarom expliciet de noodzaak vermeld om verkeersveiligheidsmaatregelen te evalueren. Volgens het oproepdocument dienen ook nieuwe financieringsmechanismes, andere dan de publieke financiering, verkend te worden. Beide aspecten worden in dit werkpakket behandeld. DOELEN EN BELEIDSRELE VANTIE De doelstelling van dit werkpakket bestaat erin om verschillende verkeersveiligheidsmaatregelen te evalueren en een rangschikking op te stellen van maatregelen die door het brede publiek geaccepteerd worden teneinde bij te dragen aan de vooropgestelde verkeersveiligheidsdoelstellingen in Vlaanderen en daarbij tegelijkertijd ervoor te zorgen dat de beschikbare middelen op de best mogelijke manier worden aangewend. Door een diepgaande evaluatie uit te voeren. zullen we zorgen voor een gefundeerde onderbouwing van het Vlaams beleid op deze domeinen. We beschouwen drie grote categorieën van verkeersveiligheidsmaatregelen: handhaving (publieke en private), infrastructurele maatregelen en educatieve sensibiliseringscampagnes. Daarnaast introduceren we het concept amenability to treatment (of vrij vertaald: de opportuniteit tot het nemen van een bepaalde maatregel) teneinde beleidsmakers te ondersteunen in het besluitvormingsproces. Het leidmotief binnen dit werkpakket is de effectiviteit en efficiëntie van verkeersveiligheidsmaatregelen. Zoals in meer detail wordt gemotiveerd in de projectbeschrijvingen corresponderen deze drie categorieën met belangrijke invalshoeken voor verkeersveiligheid zoals die worden vooropgesteld door de Vlaamse Overheid (Vlaams Parlement, 2009; Departement MOW, 2008). Het onderzoek behandelt daarnaast ook de financiering van maatregelen (door middel van het verkeersveiligheidsfonds). Meer specifiek worden volgende projecten gedefinieerd: In project 5.1 ligt de focus op handhaving. In Belgie worden de inkomsten t.g.v. verkeersboetes toegewezen aan politiezones op basis van vastgelegde criteria. Elke politiezone kan deze inkomsten gebruiken voor wel afgeleide taken. Voor sommige prioritaire acties zijn extra fondsen beschikbaar. Dit project tracht een antwoord te zoeken op de volgende concrete vragen gerelateerd aan het efficiënt gebruik van deze middelen: a) Wat is de meest efficiënte allocatie van de inkomsten uit verkeersboetes over de verschillende politiezones en de verschillende taken? b) Is er een rol weggelegd voor private handhaving in een efficiënt verkeersveiligheidsbeleid? In project 5.2 ligt de focus op het concept amenability to treatment (Elvik, 2008c), of vrij vertaald: de opportuniteit tot het nemen van een bepaalde maatregel. We stellen een algemeen kader voor om een keuze te maken uit verschillende verkeersveiligheidsmaatregelen. Ten eerste wordt de omvang van het verkeersveiligheidsprobleem gemeten en de publieke aanvaarding om er iets aan te doen. Deze kunnen gebruikt worden om te beslissen of men een specifiek verkeersveiligheidsprobleem wenst aan te pakken of niet. Ten tweede, wanneer dit antwoord positief is, kan het concept amenability to treatment helpen om te bepalen welke maatregelen meest aangewezen zijn. Daarbij worden drie belangrijke elementen in overweging genomen: Multiannual programme and budget 14

15 Effectiviteit: in hoeverre leidt een maatregel tot de vooropgestelde doelen? Publieke aanvaarding: wordt de maatregel ondersteund door de bevolking en zijn ze bereid hem te accepteren? Kosten: wat is de kostprijs van de maatregel? We integreren de beschikbare expertise over deze drie elementen en stellen een bruikbaar evaluatiekader voor dat toelaat om op een eenvoudige manier de sterktes en zwaktes van specifieke maatregelen te evalueren. In project 5.3 ligt de focus op de evaluatie van infrastructurele verkeersveiligheidsmaatregelen. Heel wat inspanningen worden immers genomen om de Vlaamse weginfrastructuur te verbeteren teneinde de verkeersveiligheid te verhogen. Echter, het is niet altijd goed geweten wat precies de effecten op de verkeersveiligheid zijn van deze genomen infrastructuurmaatregelen. Ex-post evaluatie van infrastructurele ingrepen is daarom noodzakelijk om eventuele bijsturingen van maatregelen te kunnen doen en om lessen te trekken naar de toekomst. Bovendien kunnen ex-ante en ex-post evaluatie helpen om na te gaan of de beschikbare middelen efficiënt ingezet worden rekening houdend met de beleidsdoelen die men heeft vooropgesteld. In dit project zullen we daarom wijzigingen in de weginfrastructuur en het beheer ervan evalueren in termen van hun effectiviteit en de kosten en baten voor het geheel van de Vlaamse gemeenschap. Waar relevant zullen we aandacht hebben voor de ruimere netwerkeffecten van lokale maatregelen die kunnen ontstaan wanneer lokale maatregelen leiden tot herroutering van verkeer naar andere delen van het netwerk. Tot slot, in project 5.4, ligt de focus op de evaluatie van de effectiviteit van educatieve sensibiliseringsprogramma s. Dit soort programma s hebben recent in aandacht gewonnen onder de impuls van de ruimere verspreiding van de Goals for Driving Education (GDE) matrix (Hatakka et al., 2002). Deze programma s focussen op hogere orde vaardigheden en spitsen zich toe op de motivationele aspecten van rijgedrag. Echter, ondanks hun toenemende populariteit ook in Vlaanderen is er weinig geweten over hun effectiviteit. Het is daarom aangewezen om een evaluatie van dit soort programma s uit te voeren zoals ook aangegeven in de beleidsnota Mobiliteit en Openbare Werken (Vlaams Parlement, 2009) teneinde hun meerwaarde in te kunnen schatten. In dit project wordt voorgesteld om het Vlaamse educatieve sensibiliseringsprogramma Verkeersgetuigen te evalueren. Verkeersgetuigen is een educatief programma gericht op scholen waarbij verkeersslachtoffers getuigen over hun ervaringen. Het resultaat is een effectevaluatie op basis waarvan beleidsaanbevelingen kunnen opgesteld worden om bestaande of nieuwe educatieve programma s te verbeteren. JAARPLAN 2012 In 2012 worden volgende onderzoeksactiviteiten gepland: Voor project 5.1: dit project dat handelt over de effectiviteit en efficiëntie van verkeersveiligheidshandhaving zal volledig worden uitgevoerd in Alle onderzoeksactiviteiten die voor dit project worden gepland worden daarom uitgevoerd in Voor project 5.2 over het concept amenability to treatment worden nog geen onderzoeksactiviteiten gepland in Dit project wordt pas opgestart in de tweede helft van Voor project 5.3 dat handelt over de evaluatie van infrastructurele verkeersveiligheidsmaatregelen zal in 2012 een topic voor een eerste case study worden geselecteerd in overleg met de opdrachtgever. Daarnaast voorzien we in 2012 tevens reeds een deel van de dataverzameling voor deze case, alsook enkele eerste analyses op de verzamelde data. Tot slot, voor project 5.4 dat handelt over de effectiviteit van educatieve sensibiliseringsprogramma s zullen de eerste onderzoeksactiviteiten reeds worden opgestart in 2012 en vervolgens verder gezet in We beogen de evaluatie van het programma Verkeersgetuigen. Meerbepaald plannen we de ontwikkeling van het onderzoeksdesign voor de effectevaluatie in Rekening houdend met de timing van de educatieve campagne zelf zal echter gestreefd worden naar een synchronisatie van de onderzoeksactiviteiten met de feitelijke uitrol van de campagne. Ze kunnen immers niet los gezien worden van elkaar. Multiannual programme and budget 15

16 Multiannual programme and budget 16

17 1.6 WERKPAKKET 6: VALORISATIE Het opleveren van onderzoeksrapporten is een noodzakelijke, maar onvoldoende voorwaarde in het kader van de doelstellingen van een Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek. Het louter produceren van onderzoeksrapporten leidt hoogstwaarschijnlijk uitsluitend tot kennisontwikkeling bij een beperkte groep van ingewijden. Daarom wordt een communicatiestrategie opgezet die erop gericht is om de onderzoeksresultaten zoveel mogelijk te laten doorstromen naar de eindgebruikers. De Vlaamse overheid heeft evenwel ook uitdrukkelijk aangegeven dat beleidsrelevant onderzoek ook wetenschappelijk onderzoek zijn, wat er ondermeer op neerkomt dat het onderzoek in overeenstemming moet zijn met de eisen of regels van de wetenschap. De beleidsgerichte en wetenschappelijke communicatie van het onderzoekswerk zal op verschillende manieren gebeuren. Met valorisatie bedoelen we het gebruik, voor sociaal-economische doeleinden, van de resultaten van publiek gefinancierd onderzoek. Valorisatie heeft te maken met de directe en indirecte opbrengst van investeringen van de publieke sector in onderzoek en ontwikkeling. In het perspectief van een Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek kunnen we valorisatie bijgevolg interpreteren als de transfer van onderzoeksresultaten naar de eigenlijke implementatie binnen het Vlaamse verkeersveiligheidsbeleid. Valorisatie en disseminatie zijn bijgevolg nauw met elkaar verbonden. Een doeltreffende disseminatiestrategie draagt duidelijk bij tot de valorisatie van het geleverde onderzoek. Niettemin betekent een succesvolle valorisatie méér dan het louter communiceren van onderzoeksresultaten. De activiteiten van het Steunpunt Verkeersveiligheid m.b.t. valorisatie en disseminatie worden in detail beschreven in hoofdstuk WERKPAKKET 7: PROJECTMANAGEMENT Het Steunpunt wordt aangestuurd volgens het model voorgesteld in onderstaande figuur. Dit model gaat uit van de beheersstructuur die wordt beschreven in de modelbeheersovereenkomst. Het model beschrijft zowel de externe aansturing van het Steunpunt door de opdrachtgever als de interne projectorganisatie. Figure 1: Externe & Interne projectorganisatie Multiannual programme and budget 17

18 1.7.1 EXTERNE AANSTURING VAN HET STEUNPUNT DOOR DE OPDRACHTGEVER De strategische doelstellingen van het Steunpunt, evenals het globale tijdskader waarbinnen deze dienen te worden nagestreefd of verwezenlijkt, worden opgenomen in het meerjarenplan dat als bijlage bij de beheersovereenkomst wordt gevoegd. Jaarlijks worden een jaarplan en een begroting opgesteld volgens de modaliteiten zoals aangegeven in de modelbeheersovereenkomst. Jaarlijks worden eveneens een jaarverslag en een financieel verslag opgesteld, eveneens volgens de modaliteiten in de modelbeheersovereenkomst. De stuurgroep is het forum waarop het strategische niveau en het onderzoeksniveau overleg plegen. Zoals voorzien in de modelbeheersovereenkomst, staat de stuurgroep de beleidsraad bij in de inhoudelijke aansturing van de werking van het Steunpunt. De samenstelling van de stuurgroep zal gebeuren zoals voorzien in de modelbeheersovereenkomst. Er zal met de diensten van de functioneel bevoegde minister overleg gepleegd worden in verband met het aantal vertegenwoordigers vanuit het Steunpunt. De beleidsraad Mobiliteit en Openbare Werken waakt over de afstemming tussen en de doorstroming van en naar Steunpunt en beleid. Dit houdt participatie in agendasetting en programmering in, maar ook zorg voor doorstroming, verwerking en gepaste opvolging van het beleidsrelevant onderzoek naar het beleid en de zorg voor geschikte absorptiecapaciteit (binnen het bestaande personeelskader van de Vlaamse administratie). Deze taak wordt uitgevoerd door de vertegenwoordiger van het functioneel bevoegd beleidsdomein uit de beleidsraad en de vertegenwoordiger van de functioneel aansturende minister uit de beleidsraad. De promotorcoördinator zal op vraag van de beleidsraad het Steunpunt op een beleidsraad vertegenwoordigen INTERNE PROJECTORGANISATIE De interne projectorganisatie werkt op 3 niveau s: projecten, werkpakketten en het Steunpunt als geheel. Het Steunpunt omvat 5 inhoudelijke (WP1, WP2, WP3, WP4, WP5, zie deel 3) en 2 ondersteunende werkpakketten (WP6 valorisatie en WP7 management) met telkens een werkpakketleider. Elk van de 5 inhoudelijke werkpakketten is onderverdeeld in een aantal projecten met een projectverantwoordelijke op senior-niveau. A. STEUNPUNT ALS GEHEEL Het bestuur van het Steunpunt wordt opgedragen aan het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur wordt (conform de modelbeheersovereenkomst) belast met de volgende taken: 1. het vaststellen van een institutionele langetermijnstrategie; 2. de bewerkstelliging van een structurele interactie tussen de onderzoekers en onderzoeksgroepen, over de betrokken instellingen heen; 3. de bewerkstelliging van een structurele betrokkenheid van de onderzoeksgroepen bij de beslissingen op het vlak van: a. het institutioneel concipiëren van het Steunpunt, b. de inhoud van het georganiseerde wetenschappelijk onderzoek; 4. het uitbouwen van structurele interactie met andere Steunpunten voor Beleidsrelevant Onderzoek, waarvan de opdrachten inhoudelijke raakpunten vertonen met deze van het Steunpunt. De samenstelling van het Dagelijks Bestuur is als volgt: Stijn Daniels (UHasselt-IMOB) (promotor-coördinator) Thérèse Steenberghen (KUL-SADL) Elke Hermans (UHasselt-IMOB) Inge Mayeres (VITO) Kris Brijs (UHasselt-IMOB) Tom Brijs (UHasselt-IMOB) Edith Donders (UHasselt-IMOB) (werkpakketleiders) Stef Proost (KUL-ETE) Multiannual programme and budget 18

19 Yves De Weerdt (VITO) Chris Tampère (KUL-CIB) (projectleiders) Tim De Ceunynck (UHasselt-IMOB) (doctorandus) Het Dagelijks Bestuur kan desgewenst bijkomende deskundigen uitnodigen. Het Dagelijks Bestuur zal een intern huishoudelijk reglement opstellen met betrekking tot de interne organisatie van zijn activiteiten en de besluitvorming. Alle werkpakketleiders maken deel uit van het Dagelijks Bestuur en alle deelnemende onderzoeksgroepen aan de betrokken instellingen zijn vertegenwoordigd. Het voorzitterschap van het dagelijks bestuur berust bij de promotor-coördinator. Het secretariaat wordt waargenomen door de betrokken doctorandus. De operationele leiding van het Steunpunt berust bij de promotor-coördinator. De promotorcoördinator heeft naar de Vlaamse overheid toe de rol van vertegenwoordiger en uniek aanspreekpunt van het Steunpunt. Binnen het consortium is de promotor-coördinator gemandateerd om de dagelijkse leiding van het Steunpunt op te nemen. De promotor-coördinator is aanspreekbaar en verantwoordelijk tegenover de Vlaamse overheid als opdrachtgever. De promotor-coördinator engageert zich ervoor om deze rol op te nemen voor de volledige erkenningstermijn van het Steunpunt. De promotor-coördinator wordt bijgestaan door een deeltijdse projectsecretaris, een deeltijdse financiële medewerker en door de communicatieverantwoordelijke. B. WERKPAKKETTEN De werkpakketleiders zijn de eindverantwoordelijken voor de inhoudelijke uitvoering van de projecten in hun werkpakket en in het bijzonder voor de interactie en de interne kennisoverdracht tussen de verschillende projecten binnen hetzelfde werkpakket. In de regel omvat een werkpakket meerdere projecten die van diverse aard kunnen zijn zoals aangegeven in het meerjarenprogramma. Werkpakketleiders zijn senior-onderzoekers die in vast dienstverband verbonden zijn aan de deelnemende instellingen. Hun inbreng als werkpakketleider in het Steunpunt is onbezoldigd. C. PROJECTEN Elk project wordt geleid door één projectleider. Van een projectleider wordt een reële aansturing van het onderzoek en een sterke affiniteit hiermee verwacht. De projectleiders zijn senior-onderzoekers uit het vaste personeelskader van de onthaalinstellingen. Projectleiders en werkpakketleiders kunnen, maar hoeven niet dezelfde personen te zijn. Een gedetailleerde lijst van onderzoekers, projectleiders en werkpakketleiders is opgenomen in de beschrijving van werkpakket 7 (projectmanagement) in hoofdstuk.4 (sectie 4.3.7) EXTERN OVERLEG OP PROJECT- EN WERKPAKKETNIVEAU Op niveau van de werkpakketten zal gestructureerd overleg tussen de betrokken onderzoekers, projectleiders en een groep van relevante kennisgebruikers uit het werkveld worden georganiseerd. Het consortium zal dit overleg formaliseren in gebruikersgroepen. Relevante deelnemers voor deze gebruikersgroepen zijn alleszins ambtenaren uit diverse geledingen van de Vlaamse overheid (bv. de afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid binnen het departement MOW, de afdelingen Expertise Verkeer en Telematica (EVT) en Electromechanica en Telematica (EMT) binnen het Agentschap Wegen en Verkeer of het Vlaams Verkeerscentrum), eventueel aangevuld met externen zoals bijvoorbeeld leden van het Vlaams Forum Verkeersveiligheid, provinciale en gemeentelijke ambtenaren of politiemensen. Multiannual programme and budget 19

20 De gebruikersgroepen vormen een geschikt inhoudelijk klankbord en valorisatiekanaal voor de verschillende onderzoeksprojecten, van bij de start tot bij de oplevering van de resultaten. Zo zal er typisch voor elk onderzoeksproject op drie momenten overleg worden gepleegd: bij de opstart waarbij het onderzoeksplan wordt toegelicht, vanaf het ogenblik dat er enig zicht is op tussentijdse resultaten (interimoverleg) en in de eindfase van het project, op het ogenblik dat een eerste versie van het onderzoeksrapport afgewerkt is en er op basis van het advies van leden van de gebruikersgroep nog aanpassingen in het onderzoeksrapport mogelijk zijn. Het werken met gebruikersgroepen heeft bijgevolg een drievoudig doel: 1) het maximaal afstemmen van het onderzoekswerk binnen het Steunpunt op vragen en kennisbehoeften bij potentiële eindgebruikers; 2) fungeren als een instrument van kwaliteitszorg door de toetsing van het onderzoekswerk aan de mening van derden; 3) het laten doorstromen van onderzoeksresultaten naar gebruik in Vlaanderen (=valoriseren). Langs de zijde van het Steunpunt is de werkpakketleider het aanspreekpunt en de inhoudelijke verantwoordelijke voor de gebruikersgroep. De onderzoekers uit het betreffende werkpakket zijn aanwezig in functie van de concrete agenda. Voorstel is om de gebruikersgroepen 2 tot 3 keer per jaar te laten samenkomen. Aangezien niet alle projecten in het Steunpunt gelijktijdig lopen, kan een dynamiek gecreëerd worden waarbij volgens een stramien Steunpuntprojecten kunnen worden opgevolgd, een redelijke spreiding van de vergaderlast mogelijk is en een voldoende mate van inhoudelijke opvolging kan gebeuren. Om het opzet en de invulling van de gebruikersgroepen te concretiseren, zal het consortium een voorstel doen aan de stuurgroep en de beleidsraad MOW. Multiannual programme and budget 20

21 2 THE CONSORTIUM 2.1 COMPOSITION OF THE CONSORTIUM The proposal is being submitted by a consortium of two universities (Hasselt University (UHasselt) and Catholic University Leuven (KU Leuven)) supplemented with one partner (the Flemish Institute for Technological Research (VITO)). 1. The participation of Hasselt University is through the Transportation Research Institute (IMOB). UHasselt also provides the promoter - co-ordinator of the Policy Research Centre: dr. S. Daniels. 2. Catholic University Leuven is participating through its research groups KUL-SADL (Spatial Applications Division Leuven) headed by Prof. dr. T. Steenberghen, KUL-ETE (research group Energy, Transportation and Environment) headed by Prof. dr. S. Proost and KUL-CIB (Centre for Industrial Management / research group Traffic and Infrastructure) headed by Prof. dr. C. Tampère. The consortium is being expanded with one partner: The Flemish Institute for Technological Research (VITO), and more specifically, the centre of expertise Transition Energy and Environment Unit - Transport & Mobility team headed by L. Govaerts. 2.2 JUSTIFICATION OF THE CHOICE OF THE CONSORTIUM In the light of the scope and diversity of the different projects presented in this proposal, the lead contractor has opted to cooperate with a number of partners to form a project consortium. The consortium partners were chosen based on their complementarities in scientific expertise and experience with policy oriented work needed to fulfill the variety of research topics as proposed by the call document for the new Policy Research Center BRIEF INTRODUCTION OF THE PARTICIPATING RESEARCH GROUPS UHasselt-IMOB Hasselt University s Transportation Research Institute (IMOB) currently has approximately 55 staff members, making it one of the largest research institutions in Belgium that is active in the field of transportation.the researchers in the institute are coming from fields such as transportation, economics, psychology, engineering, mathematics, sociology, architecture, informatics,. This multidisciplinary approach allows to deal with transportation research questions in a multidisciplinary way. The institute has a great deal of experience in several quantitative methodologies (e.g. data mining, microsimulation, Bayesian statistics, operations research) to model travel behavior, traffic safety and logistics. Furthermore, the institute has a strong relationship with the Bachelor Master Transportation Sciences programme at Hasselt University, the only academic full-time bachelor and master Transportation Sciences programme in Belgium. Finally, IMOB also has experience with co-ordinating large research projects, such as the European FP7 DATASIM project (2,3 million ), the IWT - Strategic Basic Research projects on activity-based modelling of travel behavior (2,3 million ) and on the evaluation of the safety and environmental effects of traffic policy measures (2,1 million ), the Policy Research Centre for Traffic Safety (4,5 million ) and the Policy Research Centre for Mobility and Public Works research track Traffic Safety (3,3 million ). In both Policy Research Centres, the institute provided the promoter co-ordinator and the director. KU Leuven-SADL SADL is a collaboration between research groups from the Department of Earth and Environmental Sciences at the K.U.Leuven, specialized in the transfer of research results and expertise from the university to society. The main emphasis is on the application of Geographic Information Science Multiannual programme and budget 21

22 and Technology in the fields of land management and of the socio-economic environment. This is achieved through applied research and scientific services for governments and non-governmental organisations and companies, and through post and para-academic course programmes. KU Leuven-CIB The research unit Traffic and Infrastructure of the Centre for Industrial Management (CIB) at KULeuven specializes in (dynamic) traffic modeling tools supporting research on three main topics: development and application of uni- and multimodal transportation network design and optimization models, Intelligent Transportation Systems and external effects of transportation. Of special importance for this call is the group s expertise with the relation between road network design (topology, structure, connectivity, hierarchy, capacity distribution) and the use patterns that emerge in regular and perturbed (incidental) conditions. KU Leuven-ETE The Energy Transport Environment (ETE) research group of the KULeuven focuses on Energy, Transport and Environmental problems and consists of the researchers of the CES and the associated researchers of the HUB (some 15 to 20 people). The group specializes in the use of modelling tools (general equilibrium, partial equilibrium) to address pricing, regulation and investment problems. It has developed transport policy models such as TRENEN, TREMOVE and MOLINO that are used for policy making by the EU, OECD and different member states in Europe as well as in the US. Research activities are almost fully covered by external funds. The group is also one of the co-founders of the spin off Transport Mobility Leuven. The research group is imbedded in the Department for economics that hosts some 18 full time professors in economics. VITO VITO is a leading independent European research and consulting centre developing sustainable technologies in the area of energy, environment, transport, materials and remote sensing. VITO provides objective research, studies and advice enabling European, national and regional authorities to establish future policies. VITO counts approximately 600 highly qualified employees from diverse specializations. The Transition Energy and Environment Unit of VITO groups 70 researchers who scientifically underpin the transition to a more sustainable society. Its research focuses on an integrated analysis of (i) transport and mobility, (ii) energy use and supply, (iii) resources management, (iv) industrial emissions, (v) living and building and (vi) climate change and land use. The Transport & Mobility team analyses transport in connection with technology, energy and the environment. It has been active since many years in the field of clean vehicles and transport modelling: exhaust emissions, technical follow-up of the market, fleet consultancy, green car taxation (with the Belgian Ecoscore database and website), emission modelling, activity-based modelling, etc JUSTIFICATION 1. UHasselt-IMOB has broad competencies and research experience in the areas of traffic safety and mobility. The group especially has a strong background in quantitative modeling and evaluation techniques and in driving simulator research. It has built up an extensive amount of road safety and related data, has carried out several policy evaluation studies in the past and has built up extensive know-how on methodologies for studying accidents and driving behavior. Furthermore, given the available experience with managing comparable large scale and complex projects, such as the two previous editions of the Policy Research Center, IWT Strategic Basic research projects dealing with activity-based travel behaviour, etc., the project management for this new Policy Research Centre has been assigned to UHasselt-IMOB. Apart from that, IMOB is also involved in several research projects of this proposal. Multiannual programme and budget 22

23 2. KULeuven-SADL is highly recognized in the field of geographic information science and technology. In this area, they have a long history of research, applied projects and services toward government and non-government institutions (including e.g. the development of the analytical GIS and the WebGIS for the Spatial Monitor of Flanders, the development and maintenance of MOBGIS, FIETSGIS, ONGEVALLENGIS for the Department of Public Works in the Flemish Administration). This expertise is highly valuable in the consortium more specifically in projects 1.1 (road safety monitor for Flanders) and 2.3 (Spatial approach to traffic safety ). 3. KULeuven-CIB has specific expertise about the relation between road network design (topology, structure, connectivity, hierarchy, capacity distribution) and the use patterns that emerge in regular and perturbed (incidental) conditions. This expertise is of particular interest for project 5.3 where measures such as dynamic traffic management are evaluated on their effectiveness in terms of traffic safety, but also in terms of intermediate measures such as traffic flow, speed or route choice behavior. 4. KULeuven-ETE has a specific and internationally accepted expertise in socio-economic evaluation methods (CBA), pricing, regulation and investment problems with applications in the field of transportation. This expertise is of particular interest in project 5.1 (Efficiency of road safety enforcement) where research is carried out to determine the most efficient allocation of fine revenues over different police zones and tasks and where the role of private enforcement is examined in a modern traffic safety policy. 5. VITO has built up specific expertise over the years into modeling the relationship between transport and the environment and in economic impact evaluation. For the project on electric bicycles (project 3.3), the data for electric bicycles will be compared with reference data from the VITO SHAPES project, which contain similar data for ordinary bikes, allowing for thorough comparison of driving behavior and accident incidence between normal and e-bikers. VITO will also specifically contribute to project 5.3 (Impact of infrastructural road safety measures on traffic safety) with respect to societal cost-benefit analysis of policy measures. Some of the consortium partners already have experience working together on previous projects. So have UHasselt-IMOB and VITO already collaborated in the past two Policy Research Centres for Traffic Safety. Furthermore, UHasselt-IMOB and VITO have also collaborated in the context of two IWT SBO projects and the EU FP7 DATASIM project. IMOB and SADL have already worked together on a European COST-project regarding safety of pedestrians. VITO and KUL-ETE have close collaboration with VITO on economic evaluation methods. 2.3 DISTRIBUTION OF TASKS AMONG THE ENTITIES AND THE PARTNER, AND THE MODUS OPERANDI The formal direction of the policy research centre will be carried out by the executive committee, The executive committee sets down the internal long-term strategy and administers operational issues in the Policy Research Centre. Moreover, the executive committee decides about internal procedures for templates of research reports, preparation of the annual research program and preparation of annual reports. Furthermore the executive committee watches over the engagements in the multi-year program and the subsequent annual programs. The executive committee is chaired by the promotercoordinator. The daily management of the policy research centre will be carried out by the promoter co-ordinator. He has all the required research and management expertise, and through his involvement in the previous policy research centre for traffic safety, he is familiar with the day-to-day management and ongoing work in a policy research centre. The promoter co-ordinator will be assisted by a parttime (0.3 FTE yearly ) project secretary, a financial collaborator (0.2 FTE yearly ) and a communication representative (0.25 FTE yearly). This person is WP leader of WP6 Valorization. The promoter co-ordinator is also the direct point-ofcontact for the funding organization, for instance for short term questions that need to be answered within the context of the research budget that can be freely allocated. Multiannual programme and budget 23

24 UHasselt-IMOB provides general and specific expertise on traffic safety research related to crash and behavioural analysis, driving simulator research and effectiveness evaluation in the Policy Research Centre. IMOB contributes to WP1 by the yearly report in project 1.2. In WP2 IMOB contributes to the projects 2.1 and project 2.2. Furthermore, IMOB contributes to WP3 on projects 3.1 and 3.2. In this WP IMOB cooperates with VITO and KUL-CIB in project 3.3. IMOB is also involved in WP4 in project 4.1., 4.2 and 4.3. Finally IMOB is involved in WP5 in the projects 5.2, 5.3 and KUL-SADL provides an important contribution to the consortium by its expertise on spatial research methods (e.g. GIS). This results in research in WP1 (project 1.1), and (project 2.3). KUL-ETE provides specific expertise for the projects on economical evaluation methods. That expertise is used in project 5.1. to optimize road safety enforcement. KUL-CIB provides expertise in traffic modeling tools supporting research on three main topics: development and application of uni- and multimodal transportation network design and optimization models, Intelligent Transportation Systems and external effects of transportation. This expertise is used in projects 2.3 and 5.3. These projects will be carried out in collaboration with VITO and IMOB. VITO contributes to WP3 in project 3.3. The expertise of VITO with respect to economical evaluation methods will be used in project 5.3. These projects will be carried out in collaboration with VITO and IMOB For a detailed description of the work packages and projects outlined, we refer to Chapter 4 Research Programme. For a table with the allocation of personnel and involvement of the different partners over the different research projects, we refer to Chapter 7. The allocation of personnel and involvement of the different partners is also shown at the end of each project sheet in Chapter DISTRIBUTION OF RESOURCES AMONG THE PARTICIPATING RESEARCH GROUPS The total budget for this Policy Research Centre amounts to , while the total general project costs amount to This yields a remaining budget of to be distributed among the seven consortium partners. The total number of FTE to be performed amounts to 35 FTE (excl. co-financing of the input of promoter-coordinator, WP-leaders and project leaders by UHasselt-IMOB, KUL-SADL, KUL-ETE and KUL-CIB). The distribution of the resources among the five participating research groups and the number FTE per research group is summarized in the next table. Table 1: Overview of the distribution of resources among the participating research groups Partner Budget FTE UHasselt-IMOB project co-ordination % 5 UHasselt IMOB research % 19 VITO ,00 10% 3 KUL-SADL ,00 14% 4.5 KUL-ETE ,00 2% 1 KUL-CIB ,00 6% 2.5 Total ,00 35 A more detailed overview of the distribution of resources among the participating research groups can be found in section 7.2 Budgeting of the expenditure of the assigned resources. Multiannual programme and budget 24

25 3 THE TRAFFIC SAFETY POLICY RESEARCH CENTRE 3.1 AIMS AND INTENDED RESULTS OF THE POLICY RESEARCH CENTRE GENERAL AIMS FOR A POLICY RESEARCH CENTRE The Flemish government has formulated the following main aims for Policy Research Centres: a. Collecting, analysing and disseminating data (longitudinally, as well). That may, among others, refer to developing indicators, providing benchmarks, carrying out surveys b. Conducting problem-specific scientific research (short term). This relates to conducting scientific research related to concrete policy questions in the short term. c. Conducting policy-specific scientific research that is relevant over the longer term for the Flemish policy. That may relate to developing new research methodologies and indicators, as well as to analysing developments and challenges that Flemish policy may be confronted with over the medium term. d. Providing scientific services. That may relate to knowledge-transfer tasks, training, methodological recommendations with respect to data-collection and analysis, providing information on an ad-hoc basis, setting up and administering a documentation centre, These elements should be present in the programme of each Policy Research Centre. However the focus of each Policy Research Centre and consequently the balance between the included tasks may differ. Moreover the content of each Policy Research Centre can be determined flexibly, depending on the developments and the needs in a certain domain. According to the call document, the Policy Research Centres should accumulate the expertise and innovative knowledge required, partly by integrating itself into international networks. A Policy Research Centre is therefore also expected to profile itself as the specialised centre of expertise for the policy area concerned in Flanders. The Flemish government requires the Policy Research Centres also to pay attention to transversal societal themes, more specifically the themes that are mentioned in the Governing agreement (Vlaamse regering, 2009). In support of the plan Flanders in Action, PACT2020 (ViA, 2011) experts of the Policy Research Centre will, as requested in the call document, on demand take part as scientific expert to the meetings of the Council of the Wise SPECIFIC AIMS FOR THE TRAFFIC SAFETY POLICY RESEARCH CENTRE In the call for proposals, the Flemish Government has set out a specific research agenda for the subtheme of traffic safety. This research agenda is split into vertical and horizontal themes: a. Vertical themes Reference database on traffic safety data Collection and dissemination of relevant indicators and data registration. Traffic crash analysis In-depth research, target group oriented and area based approach. b. Horizontal themes Innovation New technologies to improve traffic safety. Multiannual programme and budget 25

26 Financing and cost calculation Financing of traffic safety measures and calculation of internal and external costs of the road safety problem. Policy impact measurement Evaluation of traffic safety measures, development and monitoring of traffic safety indicators. 3.2 SYNTHESIS: ISSUES TO BE ADDRESSED IN THE TRAFFIC SAFETY POLICY RESEARCH CENTRE Based on general and specific aims as represented in the previous section 3.1 and also based on a thorough analysis of societal challenges that was done by the consortium, a number of important areas can be defined that need to be addressed for policy oriented research related to traffic safety. Logically, these issues should be reflected in the research program of the Traffic Safety Policy Research Centre. These areas include: 1. Basic data, indicators and benchmarks between countries and regions with respect to road safety. This topic is mentioned both in the general and specific aims of the Traffic Safety Policy Research Centre. This topic is also explicitly listed in the goals of the relevant policy plans on the Belgian and Flemish level (FCVV, 2011; Departement MOW, 2008; Vlaams Parlement, 2009). 2. Traffic crash analyses form an explicit part in the call document and are useful to obtain relevant insights in many aspects of the traffic safety problem. These analyses can be defined in different ways according to the level of aggregation of information, varying from a network or country level to a very detailed, in-depth level. 3. New technologies (both in-car and roadside) provide new possibilities (but sometimes also challenges) for road safety, if correctly used. The potential effectiveness and public acceptability of such new technologies is therefore of specific interest to policy makers and road safety researchers. New means of transportation will likely change the way how we travel in the future (e.g. electric vehicles, electric bikes ). However, the safety effects of these new types of transportation means (and their effects on liveability of urban areas) are not yet fully understood (European Commission, 2010); 4. A deeper understanding of the underlying mechanisms of traffic behaviour enables policy makers to follow an evidence-based approach in taking road safety measures. Research shows that different intended or unintended violations of traffic rules remain the most important contributing factor to traffic crashes (Evans, 2004; Shinar, 2007). Advanced scientific approaches (e.g. in-depth crash investigation, conflict observation, driving simulation) enable to study road safety in a different way (proactively) rather than based on crash data only (reactively). This enables policy makers to act faster and more effectively; 5. Much attention in the policy plans (Departement MOW, 2008; European Commission, 2010; FCVV, 2011; Vlaams Parlement, 2009) is given to specific target groups. These groups are typically defined based on age (youngsters, elderly) or road user type (pedestrians, bicyclists, moped rider, motorcyclists, truck drivers...). 6. Accurate estimates of the effectiveness and efficiency of road policy measures form an integral part of modern policy-making. This will enable policy makers to invest scarce resources more efficiently and effectively. Both effectiveness (policy impact assessment) and efficiency issues (financing and cost calculation) are of importance. 7. A need for a scientific approach is emerging, not only in the domain of problem analysis, but also in order to define, shape and evaluate adequate countermeasures to tackle road safety problems (WHO, 2004; Departement MOW, 2008; Elvik & Vaa, 2004). These measures are most often organised around the 3 E s Education-Engineering-Enforcement. Multiannual programme and budget 26

27 4 RESEARCH PROGRAMME 4.1 INTRODUCTION This section discusses the Policy Research Centre s research programme.given the available budget to ensure the depth and the scientific quality of the research to be carried out, choices must be made from a large set of potential themes. To justify the choices made in that process and to ensure that the choices meet the requirements set by the Flemish government as much as possible, we have applied the following general considerations in selecting the different work packages and the associated research projects: 1. First and foremost, the research programme is connected as much as possible with the assignments contained in the original call document for the policy research centres in general, and that were formulated more specifically for the Traffic Safety Policy Research Centre. 2. The proposed research programme should be relevant in the sense that it addresses those aspects that reflect societal needs and challenges. That appears from the contents of the call document, but it was at the same time, thoroughly tested against the analysis of societal challenges and existing policy documents at different policy levels (ranging from Flemish to international). This resulted in a list of important issues to be addressed in the Traffic Safety Policy Research Centre as indicated in the previous section The proposed research programme should be scientifically sound. As it is indicated in the call document, this means that research needs to correspond with the requirements and rules of scientific inquiry. As it is also indicated in the call document, PhD research remains an important element in the Policy Research Centre, although it is not a main objective. Moreover, PhD projects should generate intermediate results that are relevant for policymaking. 4. The proposed research programme should add to existing knowledge. As this will be the third Flemish Policy Research Centre on Traffic Safety, the research program should integrate the acquired knowledge from its predecessors and where appropriate - elaborate on the work that has been done in the past without duplicating efforts that were already done 4.2 SCHEMATIC REPRESENTATION OF THE RESEARCH PROGRAMME In view of the stated selection principles and bearing in mind the synthesis of the elements in the call document and the policy documents, the research programme was selected that is graphically depicted in Figure 2. This research programme is based on a hierarchy of two levels, namely: Work packages: A work package comprises a logically cohesive part of the research in the Policy Research Centre. The research content is organised in 5 work packages (1-5). Work packages 6 and 7 deal with valorisation and project management. Projects: within each work package, different projects are defined. Figure 2 provides a comprehensive overview of the different projects in each work package. Multiannual programme and budget 27

28 Figure 2: Research programme Policy Research Centre Traffic Safety Multiannual programme and budget 28

Information technology specialist (systems integration) Informatietechnologie specialist (systeemintegratie) Professional activities/tasks

Information technology specialist (systems integration) Informatietechnologie specialist (systeemintegratie) Professional activities/tasks Information technology specialist (systems integration) Informatietechnologie specialist (systeemintegratie) Professional activities/tasks Design and produce complex ICT systems by integrating hardware

More information

GMP-Z Annex 15: Kwalificatie en validatie

GMP-Z Annex 15: Kwalificatie en validatie -Z Annex 15: Kwalificatie en validatie item Gewijzigd richtsnoer -Z Toelichting Principle 1. This Annex describes the principles of qualification and validation which are applicable to the manufacture

More information

Inhoud. Xclusief Verzekeringen 4. Xclusief Auto 7. Xclusief Wonen 8. Xclusief Jacht 11. Xclusief Evenementen 12. Contact 15

Inhoud. Xclusief Verzekeringen 4. Xclusief Auto 7. Xclusief Wonen 8. Xclusief Jacht 11. Xclusief Evenementen 12. Contact 15 Inhoud Xclusief Verzekeringen 4 Xclusief Auto 7 Xclusief Wonen 8 Xclusief Jacht 11 Xclusief Evenementen 12 Contact 15 Xclusief Verzekeringen Hebt u exclusief bezit? Dan komt de productlijn Xclusief Verzekeringen

More information

IMPLEMENTATIE PAL4 DEMENTIE BIJ CLIENTEN VAN ZORGORGANISATIE BEWEGING 3.0

IMPLEMENTATIE PAL4 DEMENTIE BIJ CLIENTEN VAN ZORGORGANISATIE BEWEGING 3.0 IMPLEMENTATIE PAL4 DEMENTIE BIJ CLIENTEN VAN ZORGORGANISATIE BEWEGING 3.0 ONDERZOEK NAAR IN HOEVERRE PAL4 ONDERSTEUNING KAN BIEDEN AAN DE ONVERVULDE BEHOEFTEN VAN MENSEN MET DEMENTIE EN HUN MANTELZORGERS

More information

Maximizer Synergy. info@adafi.be BE 0415.642.030. Houwaartstraat 200/1 BE 3270 Scherpenheuvel. Tel: +32 495 300612 Fax: +32 13 777372

Maximizer Synergy. info@adafi.be BE 0415.642.030. Houwaartstraat 200/1 BE 3270 Scherpenheuvel. Tel: +32 495 300612 Fax: +32 13 777372 Maximizer Synergy Adafi Software is een samenwerking gestart met Advoco Solutions, een Maximizer Business Partner uit Groot Brittannië. Advoco Solutions heeft een technologie ontwikkeld, genaamd Synergy,

More information

A Comparative Case Study on the Relationship between EU Unity and its Effectiveness in Multilateral Negotiations

A Comparative Case Study on the Relationship between EU Unity and its Effectiveness in Multilateral Negotiations Is the Sum More than its Parts? A Comparative Case Study on the Relationship between EU Unity and its Effectiveness in Multilateral Negotiations PhD thesis by: Louise van Schaik, July 2010 Promoter/ PhD

More information

GMP-Z Hoofdstuk 4 Documentatie. Inleiding

GMP-Z Hoofdstuk 4 Documentatie. Inleiding -Z Hoofdstuk 4 Documentatie Inleiding Het hoofdstuk Documentatie uit de -richtsnoeren is in zijn algemeenheid goed toepasbaar in de ziekenhuisapotheek. Verschil met de industriële is dat de bereidingen

More information

The information in this report is confidential. So keep this report in a safe place!

The information in this report is confidential. So keep this report in a safe place! Bram Voorbeeld About this Bridge 360 report 2 CONTENT About this Bridge 360 report... 2 Introduction to the Bridge 360... 3 About the Bridge 360 Profile...4 Bridge Behaviour Profile-Directing...6 Bridge

More information

Making Leaders Successful Every Day

Making Leaders Successful Every Day Making Leaders Successful Every Day Smart Governments Embrace And Enable Digital Disruption In The Age of the Citizen Forrester Research Jennifer Belissent Principal Analyst March 27, 2014 Those who don

More information

Word -Introduction. Contents

Word -Introduction. Contents Introduction Everything about tables Mail merge and labels Refreshment of the basics of Word Increasing my efficiency : tips & tricks New in Word 2007 Standard - corporate documents What is new in Word

More information

SOCIAL MEDIA AND HEALTHCARE HYPE OR FUTURE?

SOCIAL MEDIA AND HEALTHCARE HYPE OR FUTURE? SOCIAL MEDIA AND HEALTHCARE HYPE OR FUTURE? Status update of the social media use in the healthcare industry. Melissa L. Verhaag Master Thesis Communication Studies University of Twente March 2014 0 Name:

More information

VR technologies create an alternative reality in

VR technologies create an alternative reality in Dossier: REPAR: Design through exploration Getting started with Virtual Reality As a designer you might be familiar with various forms of concept representations, such as (animated) sketches, storyboards

More information

(Optioneel: We will include the review report and the financial statements reviewed by us in an overall report that will be conveyed to you.

(Optioneel: We will include the review report and the financial statements reviewed by us in an overall report that will be conveyed to you. 1.2 Example of an Engagement Letter for a Review Engagement N.B.: Dit voorbeeld van een opdrachtbevestiging voor een beoordelingsopdracht is gebaseerd op de tekst uit Standaard 2400, Opdrachten tot het

More information

CSRQ Center Rapport over schoolhervormingsmodellen voor basisscholen Samenvatting voor onderwijsgevenden

CSRQ Center Rapport over schoolhervormingsmodellen voor basisscholen Samenvatting voor onderwijsgevenden CSRQ Center Rapport over schoolhervormingsmodellen voor basisscholen Samenvatting voor onderwijsgevenden Laatst bijgewerkt op 25 november 2008 Nederlandse samenvatting door TIER op 29 juni 2011 Welke schoolverbeteringsprogramma

More information

Co-evolution of Author IDs and Research Information Infrastructure in the Netherlands

Co-evolution of Author IDs and Research Information Infrastructure in the Netherlands Co-evolution of Author IDs and Research Information Infrastructure in the Netherlands Clifford Tatum, SURF Market - L'identité du publiant à l'épreuve du numérique Enjeux et perspectives pour l'identification

More information

Succevolle testautomatisering? Geen kwestie van geluk maar van wijsheid!

Succevolle testautomatisering? Geen kwestie van geluk maar van wijsheid! Succevolle testautomatisering? Geen kwestie van geluk maar van wijsheid! TestNet Voorjaarsevent 2013 Ruud Teunissen Polteq Testautomatisering Testautomatisering is het gebruik van speciale software (naast

More information

Internet of Things Business Concepts White Paper Workflow Project Development

Internet of Things Business Concepts White Paper Workflow Project Development Internet of Things Business Concepts White Paper Workflow Project Development Introduction The Internet of Things (IOT) is the interconnection of uniquely identifiable embedded computing devices within

More information

CO-BRANDING RICHTLIJNEN

CO-BRANDING RICHTLIJNEN A minimum margin surrounding the logo keeps CO-BRANDING RICHTLIJNEN 22 Last mei revised, 2013 30 April 2013 The preferred version of the co-branding logo is white on a Magenta background. Depending on

More information

Simulating Variable Message Signs Influencing dynamic route choice in microsimulation

Simulating Variable Message Signs Influencing dynamic route choice in microsimulation Simulating Variable Message Signs Influencing dynamic route choice in microsimulation N.D. Cohn, Grontmij Traffic & Transport, nick.cohn@grontmij.nl P. Krootjes, International School of Breda, pronos@ricardis.tudelft.nl

More information

ideeën en oplossingen over te brengen op publiek bestaande uit specialisten of nietspecialisten.

ideeën en oplossingen over te brengen op publiek bestaande uit specialisten of nietspecialisten. DUBLIN DESCRIPTOREN Kennis en inzicht Toepassen kennis en inzicht Oordeelsvorming Communicatie Leervaardigheden Kwalificaties Bachelor Heeft aantoonbare kennis en inzicht van een vakgebied, waarbij wordt

More information

SALES KIT. Richtlijnen verkooptools en accreditatieproces Voyages-sncf.eu. Vertrouwelijk document. Eigendom van de VSC Groep

SALES KIT. Richtlijnen verkooptools en accreditatieproces Voyages-sncf.eu. Vertrouwelijk document. Eigendom van de VSC Groep SALES KIT NL Richtlijnen verkooptools en accreditatieproces Voyages-sncf.eu Vertrouwelijk document. Eigendom van de VSC Groep INHOUD WEBSERVICES: WAT IS EEN WEBSERVICE? WEBSERVICES: EURONET PROCEDURE KLANTEN

More information

Impact of Methodological Choices on Road Safety Ranking

Impact of Methodological Choices on Road Safety Ranking Impact of Methodological Choices on Road Safety Ranking RA-MOW-2007-001 Elke Hermans, Filip Van den Bossche, Geert Wets Onderzoekslijn Risicobepaling DIEPENBEEK, 2012. STEUNPUNT MOBILITEIT & OPENBARE WERKEN

More information

Business to Business Marketing, an Entrepreneurial Process!?

Business to Business Marketing, an Entrepreneurial Process!? Business to Business Marketing, an Entrepreneurial Process!? A research on constructing and applying a framework for Business-to-Business marketing as an entrepreneurial process in the North West European

More information

Private Equity Survey 2011

Private Equity Survey 2011 Private Equity Survey 2011 Success of portfolio companies through quality of management and organization. Herman D. Koning Ron Jansen February 9, 2011 1 This afternoon 14.30 Reception 15.00 Welcome by

More information

Do we need the ISO 55000? The added value of the ISO 55000 standard series for road infrastructure asset management

Do we need the ISO 55000? The added value of the ISO 55000 standard series for road infrastructure asset management Do we need the ISO 55000? The added value of the ISO 55000 standard series for road infrastructure asset management MSc Thesis Robert Ruiter 13/04/2015 Master Thesis 13-April-2015 R.J. Ruiter University

More information

QAFE. Oracle Gebruikersclub Holland Rokesh Jankie Qualogy. Friday, April 16, 2010

QAFE. Oracle Gebruikersclub Holland Rokesh Jankie Qualogy. Friday, April 16, 2010 QAFE Oracle Gebruikersclub Holland Rokesh Jankie Qualogy 1 Agenda 2 2 Agenda Aanleiding Productivity Boosters Vereisten Oracle Forms Oplossing Roadmap Resultaat Samenvatting 2 2 Waarom QAFE? 3 3 Waarom

More information

Relationele Databases 2002/2003

Relationele Databases 2002/2003 1 Relationele Databases 2002/2003 Hoorcollege 5 22 mei 2003 Jaap Kamps & Maarten de Rijke April Juli 2003 Plan voor Vandaag Praktische dingen 3.8, 3.9, 3.10, 4.1, 4.4 en 4.5 SQL Aantekeningen 3 Meer Queries.

More information

How to deliver Self Service IT Automation

How to deliver Self Service IT Automation How to deliver Self IT Automation Roeland Verhoeven, Manager Cloud Supply Chain Simac ICT Rien du Pre, HP Cloud Solution Architect Datum: 17-06-2014 Hoe te komen tot een Self Customer Centric Portal Er

More information

Citrix XenApp and XenDesktop Fast Track

Citrix XenApp and XenDesktop Fast Track Citrix XenApp and XenDesktop Fast Track Duration: 5 Days Course Code: CMB-207 Overview: Deze 5-daagse Fast Track training biedt studenten de basis die nodig is om effectief desktops en applicaties in het

More information

Format samenvatting aanvraag. Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing is):

Format samenvatting aanvraag. Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing is): Format samenvatting aanvraag Algemeen Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing is): Naam instelling Contactpersoon/contactpersonen Contactgegevens Opleiding Naam (Nederlands en evt. Engels) Graad Inhoud

More information

PROFIBUS & PROFINET Nederland PROFIBUS, PROFINET en IO-Link. Ede, 12 november 2009

PROFIBUS & PROFINET Nederland PROFIBUS, PROFINET en IO-Link. Ede, 12 november 2009 Ede, 12 november 2009 Remote Maintenance voor PROFINET en Ethernet netwerken Ede, 12 november 2009 Voorstellen Cliff van Gellekom Raster Products BV cliff.van.gellekom@raster.com 3 Remote Connectivity

More information

Developing a Theoretical Framework for Road Safety Performance Indicators and a Methodology for Creating a Performance Index

Developing a Theoretical Framework for Road Safety Performance Indicators and a Methodology for Creating a Performance Index Developing a Theoretical Framework for Road Safety Performance Indicators and a Methodology for Creating a Performance Index RA-MOW-2008-010 E. Hermans, T. Brijs, G. Wets Onderzoekslijn Risicobepaling

More information

IP-NBM. Copyright Capgemini 2012. All Rights Reserved

IP-NBM. Copyright Capgemini 2012. All Rights Reserved IP-NBM 1 De bescheidenheid van een schaker 2 Maar wat betekent dat nu 3 De drie elementen richting onsterfelijkheid Genomics Artifical Intelligence (nano)robotics 4 De impact van automatisering en robotisering

More information

Lean Six Sigma Assessment Tool

Lean Six Sigma Assessment Tool Lean Six Sigma Assessment Tool January 2009 Version 1.1 page 1 of 14 Lean Six Sigma Assessment Bert van Eekhout, www.vaneekhoutconsulting.nl 1. Participant Profile Please complete the following background

More information

POWER OF ATTORNEY FOR EXTRAORDINARY SHAREHOLDERS MEETING OF OCTOBER 5, 2011

POWER OF ATTORNEY FOR EXTRAORDINARY SHAREHOLDERS MEETING OF OCTOBER 5, 2011 RealDolmen Naamloze vennootschap/public Limited Company A. Vaucampslaan 42, 1654 Huizingen RPR/Legal entities register /BTW-VAT no. BE 0429.037.235 Brussel/Brussels VOLMACHT VOOR DE BUITENEWONE ALEMENE

More information

A Transaction Cost Analysis of Dutch Hospital Care. Proefschrift

A Transaction Cost Analysis of Dutch Hospital Care. Proefschrift A Transaction Cost Analysis of Dutch Hospital Care Contracting between hospitals and health insurance companies in a deregulated environment Een analyse van de Nederlandse ziekenhuiszorg op basis van de

More information

Interculturele opleiding van verpleegkundigen in Europa

Interculturele opleiding van verpleegkundigen in Europa Interculturele opleiding van verpleegkundigen in Europa UK/10/LLP-LdV/TOI-386 http://www.adam-europe.eu/adam/project/view.htm?prj=6699 1 Project Information Title: Project Number: Interculturele opleiding

More information

Is het nodig risico s te beheersen op basis van een aanname..

Is het nodig risico s te beheersen op basis van een aanname.. Is het nodig risico s te beheersen op basis van een aanname.. De mens en IT in de Zorg Ngi 19 april 2011 René van Koppen Agenda Er zijn geen feiten, slechts interpretaties. Nietzsche Geen enkele interpretatie

More information

Load Balancing Lync 2013. Jaap Wesselius

Load Balancing Lync 2013. Jaap Wesselius Load Balancing Lync 2013 Jaap Wesselius Agenda Introductie Interne Load Balancing Externe Load Balancing Reverse Proxy Samenvatting & Best Practices Introductie Load Balancing Lync 2013 Waarom Load Balancing?

More information

Does collaboration enhance learning? The challenge of learning from collaborative water management research

Does collaboration enhance learning? The challenge of learning from collaborative water management research Does collaboration enhance learning? The challenge of learning from collaborative water management research Does collaboration enhance learning? The challenge of learning from collaborative water management

More information

Requirements Lifecycle Management succes in de breedte. Plenaire sessie SPIder 25 april 2006 Tinus Vellekoop

Requirements Lifecycle Management succes in de breedte. Plenaire sessie SPIder 25 april 2006 Tinus Vellekoop Requirements Lifecycle Management succes in de breedte Plenaire sessie SPIder 25 april 2006 Tinus Vellekoop Focus op de breedte Samenwerking business en IT Deelnemers development RLcM en het voortbrengingsproces

More information

Information Security Governance

Information Security Governance Information Security Governance Aart Bitter Aart.Bitter@information-security-governance.com Agenda Governance & Compliance Information Security Governance Aanpak om information security governance in organisaties

More information

Principles of Fund Governance BNP Paribas Investment Partners Funds (Nederland) N.V.

Principles of Fund Governance BNP Paribas Investment Partners Funds (Nederland) N.V. Principles of Fund Governance BNP Paribas Investment Partners Funds (Nederland) N.V. Versie november 2012 Inleiding Het doel van de Principles of Fund Governance (verder Principles ) is het geven van nadere

More information

ACTIVITIES AT THE STEUNPUNT O&O STATISTIEKEN. Koenraad Debackere

ACTIVITIES AT THE STEUNPUNT O&O STATISTIEKEN. Koenraad Debackere ACTIVITIES AT THE STEUNPUNT O&O STATISTIEKEN Koenraad Debackere The most important task of the Steunpunt O&O Statistieken is the development of an appropriate system of indicators to quantify R&D efforts

More information

Human Factors Engineering and ergonomical aspects in the design of set-up friendly production equipment

Human Factors Engineering and ergonomical aspects in the design of set-up friendly production equipment Human Factors Engineering and ergonomical aspects in the design of set-up friendly production equipment Hanne Deschildre Benedict Saelen Promotor: prof. dr. ir. Dirk Van Goubergen Supervisor: ir. Karel

More information

Making User Created News Work

Making User Created News Work TNO report TNO 2012 R11277 Built Environment Brassersplein 2 2612 CT Delft P.O. Box 5050 2600 GB Delft The Netherlands www.tno.nl T +31 88 866 70 00 F +31 88 866 70 57 infodesk@tno.nl Date 27 December

More information

Ensuring minimum SHE Competences: a case study for manufacturing employees in a multinational

Ensuring minimum SHE Competences: a case study for manufacturing employees in a multinational Ensuring minimum SHE Competences: a case study for manufacturing employees in a multinational H.J.H. Rouhof 12 P.H.J.J. Swuste 3, A. van Lit 4, W. Lemmens 1, J. Devens 1 and J.J. Prooi 1 Summary Recent

More information

OGH: : 11g in de praktijk

OGH: : 11g in de praktijk OGH: : 11g in de praktijk Real Application Testing SPREKER : E-MAIL : PATRICK MUNNE PMUNNE@TRANSFER-SOLUTIONS.COM DATUM : 14-09-2010 WWW.TRANSFER-SOLUTIONS.COM Real Application Testing Uitleg Real Application

More information

Making, Moving and Shaking a Community of Young Global Citizens Resultaten Nulmeting GET IT DONE

Making, Moving and Shaking a Community of Young Global Citizens Resultaten Nulmeting GET IT DONE Making, Moving and Shaking a Community of Young Global Citizens Resultaten Nulmeting GET IT DONE Rianne Verwijs Freek Hermens Inhoud Summary 5 1 Introductie en leeswijzer 7 2 Achtergrond en onderzoeksopzet

More information

Engineering Natural Lighting Experiences

Engineering Natural Lighting Experiences Engineering Natural Lighting Experiences Elke den Ouden & Emile Aarts Earth from outer space is beautiful Andre Kuipers during his ISS Expedition 31/32, 2011-2012 Earth in a sun eclipse Nothern polar region

More information

The new release of Oracle BI 11g R1

The new release of Oracle BI 11g R1 The new release of Oracle BI 11g R1 Daan Bakboord Oracle BI Consultant Scamander Solutions OGH 15 September 2010 Informatie als strategisch wapen Even voorstellen (1) Scamander Ik beschik niet snel en

More information

Benchmark Responsible Investment by Pension Funds in the Netherlands 2013

Benchmark Responsible Investment by Pension Funds in the Netherlands 2013 Benchmark Responsible Investment by Pension Funds in the Netherlands 2013 The contents, conclusions and recommendations are, however, the sole responsibility of the VBDO. VBDO report by the Dutch Association

More information

The library and the ageing // the ageing and the library, two mirror studio s.

The library and the ageing // the ageing and the library, two mirror studio s. DESIGN STUDIO 10/11 SEM 01 Version 07 September 2010 WAALSE KROOK The library and the ageing // the ageing and the library, two mirror studio s. foto: ABSCIS architecten 1. Situation of the general theme(s)

More information

Use-Case 2.0 Mini-Seminar 19 Maart 2013. Copyright 2006-2013 Ivar Jacobson International SA. All rights reserved

Use-Case 2.0 Mini-Seminar 19 Maart 2013. Copyright 2006-2013 Ivar Jacobson International SA. All rights reserved Use-Case 2.0 Mini-Seminar 19 Maart 2013 Agenda 09.30-10.30 Introductie Use-Case Slices 10.30-10.45 Pauze 10.45-11.30 Workshop Use-Case Slicing 11.30-12.00 Evaluatie & Discussie 12.00-12.30 Lunch 2 DiVetro

More information

Dutch Summary. Inleiding

Dutch Summary. Inleiding Abstract The security of the HyperText Markup Language Version 5 in the browsers has been researched extensively during its development process. Over the past years enormous strides have been made to create

More information

Cost overruns in Dutch transportation infrastructure projects

Cost overruns in Dutch transportation infrastructure projects Cost overruns in Dutch transportation infrastructure projects Chantal C. Cantarelli Delft University of Technology c.c.cantarelli@tudelft.nl Bijdrage aan het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 19

More information

Self-test SQL Workshop

Self-test SQL Workshop Self-test SQL Workshop Document: e0087test.fm 07/04/2010 ABIS Training & Consulting P.O. Box 220 B-3000 Leuven Belgium TRAINING & CONSULTING INTRODUCTION TO THE SELF-TEST SQL WORKSHOP Instructions The

More information

Market Intelligence & Research Services. CRM Trends Overview. MarketCap International BV Januari 2011

Market Intelligence & Research Services. CRM Trends Overview. MarketCap International BV Januari 2011 Market Intelligence & Research Services CRM Trends Overview MarketCap International BV Januari 2011 Index 1. CRM Trends generiek 2. CRM & IT 3. CRM in Nederland 2011 2 Index 1. CRM Trends generiek 2. CRM

More information

DO BUSINESS WITH 1.000 FINANCIALS

DO BUSINESS WITH 1.000 FINANCIALS 2015 // unlock the power of technology DO BUSINESS WITH 1.000 FINANCIALS Show you r worth as an IT partner a t the 4th Financial Systems fair www.financialsystems.n l THURSDAY 21 MAY 2015 - NBC CONFERENCE

More information

Research Report. Ingelien Poutsma Marnienke van der Maal Sabina Idler

Research Report. Ingelien Poutsma Marnienke van der Maal Sabina Idler Research Report Ingelien Poutsma Marnienke van der Maal Sabina Idler Research report ABSTRACT This research investigates what the ideal bank for adolescents (10 16 years) looks like. The research was initiated

More information

structure on the technological and commercial performance of large established companies in the medical device industry

structure on the technological and commercial performance of large established companies in the medical device industry The influence of innovation activities and organization The influence of innovation activities and organization structure on the technological and commercial performance of large established companies

More information

Citrix Access Gateway: Implementing Enterprise Edition Feature 9.0

Citrix Access Gateway: Implementing Enterprise Edition Feature 9.0 coursemonstercom/uk Citrix Access Gateway: Implementing Enterprise Edition Feature 90 View training dates» Overview Nederlands Deze cursus behandelt informatie die beheerders en andere IT-professionals

More information

Dynamic analysis of proximal arteries of the ischemic foot

Dynamic analysis of proximal arteries of the ischemic foot Dynamic analysis of proximal arteries of the ischemic foot Boris Ponsioen Supervisor: Dr. H. Marquering Biomedical Engineering and Physics, AMC FNWI, Universiteit van Amsterdam Bachelor Thesis Physics,

More information

Health Council of the Netherlands Mobile phones and cancer

Health Council of the Netherlands Mobile phones and cancer Health Council of the Netherlands Mobile phones and cancer Part 1: Epidemiology of tumours in the head Gezondheidsraad H e a l t h C o u n c i l o f t h e N e t h e r l a n d s Aan de staatssecretaris

More information

IT-waardeketen management op basis van eeuwenoude supply chain kennis

IT-waardeketen management op basis van eeuwenoude supply chain kennis IT-waardeketen management op basis van eeuwenoude supply chain kennis Hans van Aken / November 28, 2012 Copyright 2012 Hewlett-Packard Development Company, L.P. The information contained herein is subject

More information

Kyra Schoemaker - S1465996

Kyra Schoemaker - S1465996 MASTER THESIS - RESEARCH ARTICLE The reciprocity between occupational identity of Online Marketers and technologies: A qualitative study at an e-commerce firm Student: Subject: Study: Institution: Kyra

More information

What drives the Acceptability of Intelligent Speed Assistance (ISA)?

What drives the Acceptability of Intelligent Speed Assistance (ISA)? What drives the Acceptability of Intelligent Speed Assistance (ISA)? Modeling Acceptability of ISA RA-MOW-2011-010 S. Vlassenroot, E. Molin, D. Kavadias, V. Marchau, K. Brookhuis, F. Witlox, J. De Mol,

More information

Specification by Example (methoden, technieken en tools) Remco Snelders Product owner & Business analyst

Specification by Example (methoden, technieken en tools) Remco Snelders Product owner & Business analyst Specification by Example (methoden, technieken en tools) Remco Snelders Product owner & Business analyst Terminologie Specification by Example (SBE) Acceptance Test Driven Development (ATDD) Behaviour

More information

HR Transformation and Future of HR Brussel, 25 april 2013 Material part 1/2

HR Transformation and Future of HR Brussel, 25 april 2013 Material part 1/2 HR Transformation and Future of HR Brussel, 25 april 2013 Material part 1/2 Doelstellingen Ideeën uitwisselen over hoe een HR transformatie te starten Ervaringen delen over hoe HR toegevoegde waarde kan

More information

MEASURING THE IMPACT OF INFORMATION TECHNOLOGY SYSTEMS ON POLICE PRACTICES

MEASURING THE IMPACT OF INFORMATION TECHNOLOGY SYSTEMS ON POLICE PRACTICES DELFT UNIVERSITY OF TECHNOLOGY MASTER THESIS SYSTEM ENGINEERING, POLICY ANALYSIS AND MANAGEMENT MEASURING THE IMPACT OF INFORMATION TECHNOLOGY SYSTEMS ON POLICE PRACTICES IN THE DUTCH POLICE FORCE DEVELOPING

More information

Universiteit Gent Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Automation of workforce scheduling: required functionalities and performance measurement

Universiteit Gent Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Automation of workforce scheduling: required functionalities and performance measurement Universiteit Gent Faculteit Economie en Bedrijfskunde Academiejaar 2011-2012 Automation of workforce scheduling: required functionalities and performance measurement Masterproef voorgedragen tot het bekomen

More information

Mylan Publiceert Verklaring in Reactie op Abbotts Steun voor Perrigo Transactie

Mylan Publiceert Verklaring in Reactie op Abbotts Steun voor Perrigo Transactie Mylan Publiceert Verklaring in Reactie op Abbotts Steun voor Perrigo Transactie HERTFORDSHIRE, England en PITTSBURGH, 16 juni, 2015 /PRNewswire/ - Mylan N.V. (NASDAQ: MYL) heeft vandaag de volgende verklaring

More information

Evaluation PUM Programme 2001-2005 FINAL REPORT

Evaluation PUM Programme 2001-2005 FINAL REPORT Evaluation PUM Programme 2001-2005 FINAL REPORT Table of contents Nederlandstalige samenvatting... i Executive summary...xii 1 Introduction... 1 2 Approach to the evaluation... 3 2.1 Scope of the evaluation

More information

ruimtelijk ontwikkelingsbeleid

ruimtelijk ontwikkelingsbeleid 38 S a n d e r O u d e E l b e r i n k Digitale bestemmingsplannen 3D MODELLING OF TOPOGRAPHIC Geo-informatie OBJECTS en BY FUSING 2D MAPS AND LIDAR DATA ruimtelijk ontwikkelingsbeleid in Nederland INTRODUCTION

More information

MOVING FORWARD WITH REGIOTAXI

MOVING FORWARD WITH REGIOTAXI A BENCHMARK OF PERFORMANCE AND AN EVALUATION OF SEVERAL DRT SERVICES IN THE NETHERLANDS Master Thesis for Transportation Engineering & Management R.P.C.Buysse January 2014 i i Goudappel Coffeng Onderzoek

More information

A research towards completing the asset information life cycle

A research towards completing the asset information life cycle A research towards completing the asset information life cycle An analysis of the relationships between data exchange, BIM and the asset life cycle and the solutions to overcome existing issues at Amsterdam

More information

Hoorcollege marketing 5 de uitgebreide marketingmix. Sunday, December 9, 12

Hoorcollege marketing 5 de uitgebreide marketingmix. Sunday, December 9, 12 Hoorcollege marketing 5 de uitgebreide marketingmix Sunday, December 9, 12 De traditionele marketing mix Sunday, December 9, 12 Waarom was dat niet genoeg dan? Sunday, December 9, 12 Omdat er vooruitgang

More information

Business Case Study Costs and Benefits of Implementation of Dutch Webrichtlijnen

Business Case Study Costs and Benefits of Implementation of Dutch Webrichtlijnen 1 Business Case Study Costs and Benefits of Implementation of Dutch Webrichtlijnen Universiteit Twente P.O. Box 217 7500 AE Enschede T. +31 (0) 53 489 4342 F. +31 (0) 53 489 4259 Business Case Study Costs

More information

Assuring the Cloud. Hans Bootsma Deloitte Risk Services hbootsma@deloitte.nl +31 (0)6 1098 0182

Assuring the Cloud. Hans Bootsma Deloitte Risk Services hbootsma@deloitte.nl +31 (0)6 1098 0182 Assuring the Cloud Hans Bootsma Deloitte Risk Services hbootsma@deloitte.nl +31 (0)6 1098 0182 Need for Assurance in Cloud Computing Demand Fast go to market Support innovation Lower costs Access everywhere

More information

CMMI version 1.3. How agile is CMMI?

CMMI version 1.3. How agile is CMMI? CMMI version 1.3 How agile is CMMI? A small poll Who uses CMMI without Agile? Who uses Agile without CMMI? Who combines both? Who is interested in SCAMPI? 2 Agenda Big Picture of CMMI changes Details for

More information

BODY OF KNOWLEDGE & SKILLS

BODY OF KNOWLEDGE & SKILLS BODY OF KNOWLEDGE & SKILLS Een Body of Knowledge & Skills (BoKS) is een overzicht van kennis en vaardigheden die in een opleiding aan bod komen. Deze helpen studenten zicht te ontwikkeling tot startende

More information

Ex-post evaluation of network-wide Dynamic Traffic Management

Ex-post evaluation of network-wide Dynamic Traffic Management Ex-post evaluation of network-wide Dynamic Traffic Management Proposal for a theory-based evaluation methodology Suerd Polderdijk March 2009 Ministerie van Verkeer en Waterstaat opq Ministerie van Verkeer

More information

Lokaal Netwerk Regelgeving

Lokaal Netwerk Regelgeving Go&Learn initiatief Lokaal Netwerk Regelgeving G&L European Network Management Body The Go&Learn initiative is a multilateral network supported by the EU LLP funds. It is aimed to organize and manage an

More information

A study into presentations of conference papers with PowerPoint

A study into presentations of conference papers with PowerPoint A study into presentations of conference papers with PowerPoint Brigitte Hertz Spotlight on the presenter A study into presentations of conference papers with PowerPoint Brigitte Hertz Thesis committee

More information

Increase Quality through Information Management

Increase Quality through Information Management ii Colophon Thesis Title: Increase Quality through Information Management Subtitle: Designing a plan for implementing an Information Management System with Integrated Quality Management for a contractor

More information

DORI in de praktijk Paul van Dooren Sales District Manager

DORI in de praktijk Paul van Dooren Sales District Manager Paul van Dooren Sales District Manager 1 ST/SEB-SBD 01-06-2015 Robert Bosch GmbH 2015. All rights reserved, also regarding any disposal, exploitation, reproduction, editing, distribution, as well as in

More information

The Chinese market for environmental and water technology. Kansendossier China

The Chinese market for environmental and water technology. Kansendossier China The Chinese market for environmental and water technology Kansendossier China Kansendossier The Chinese market for environmental and water Technology Datum 2 5 2013 Agentschap NL is een agentschap van

More information

EVALUATING LONG-TERM TRANSITION PROGRAMS ON A SHORT-TERM BASIS Towards a six-step transition program evaluation tool

EVALUATING LONG-TERM TRANSITION PROGRAMS ON A SHORT-TERM BASIS Towards a six-step transition program evaluation tool EVALUATING LONG-TERM TRANSITION PROGRAMS ON A SHORT-TERM BASIS Towards a six-step transition program evaluation tool Tom Creten, Sander Happaerts & Kris Bachus HIVA KU Leuven Research paper 9 Leuven, September

More information

Peer Assessment. Measuring & Monitoring Team Performances. Ir. Vincent Brugemann and Robert-Vincent de Koning Bsc. Challenge the future

Peer Assessment. Measuring & Monitoring Team Performances. Ir. Vincent Brugemann and Robert-Vincent de Koning Bsc. Challenge the future Peer Assessment Measuring & Monitoring Team Performances Ir. Vincent Brugemann and Robert-Vincent de Koning Bsc Delft University of Technology Challenge the future Presentation for TBM staff About Peer

More information

Public. Big Data in ASML. Durk van der Ploeg. ASML System Engineering Product Industrialization, October 7, 2014 SASG @ NTS Eindhoven

Public. Big Data in ASML. Durk van der Ploeg. ASML System Engineering Product Industrialization, October 7, 2014 SASG @ NTS Eindhoven Big Data in ASML Durk van der Ploeg ASML System Engineering Product Industrialization, October 7, 2014 SASG @ NTS Eindhoven Slide 2 ASML Company (BIG) Machine Data in ASML Management and infrastructure

More information

The mixed case study approach. Assessing its usefulness as alternative to the CMEF

The mixed case study approach. Assessing its usefulness as alternative to the CMEF The mixed case study approach Assessing its usefulness as alternative to the CMEF The mixed case study approach Assessing its usefulness as alternative to the CMEF Ida J. Terluin Petra Berkhout LEI Report

More information

Safety problems with the use of medical equipment/devices

Safety problems with the use of medical equipment/devices Safety problems with the use of medical equipment/devices Christiaan Rademakers 25 juni 2009 Abstract In the past decennia medical technology has rapidly developed. Nowadays it plays an important role

More information

Vrijgeven van volledige gedetailleerde technische cookies

Vrijgeven van volledige gedetailleerde technische cookies Vrijgeven van volledige gedetailleerde technische cookies Website geauditeerd: Datum audit: 2015-09-04 Auditor: http://faarup-soe.dk-camp.dk/ Cookie Reports Limited http://www.cookiereports.com/ Dit document

More information

Interface Management in multidisciplinary infrastructure project development

Interface Management in multidisciplinary infrastructure project development Interface Management in multidisciplinary infrastructure project development Diminishing integration issues across contractual boundaries in a Systems Engineering environment MSc Thesis Construction Management

More information

In het project wordt nauw samengewerkt met (overheids)partners in China.

In het project wordt nauw samengewerkt met (overheids)partners in China. VERGADERING : ALGEMEEN BESTUUR DATUM : 21 MAART 2012 AGENDAPUNT : 8 BIJLAGE : OB-12-09 Onderwerp : Government Support Programma China Het PDV is een van de financiers van het Veterinair Informatie Punt

More information

CyberDEW Een Distributed Early Warning Systeem ten behoeve van Cyber Security

CyberDEW Een Distributed Early Warning Systeem ten behoeve van Cyber Security THALES NEDERLAND B.V. AND/OR ITS SUPPLIERS. THIS INFORMATION CARRIER CONTAINS PROPRIETARY INFORMATION WHICH SHALL NOT BE USED, REPRODUCED OR DISCLOSED TO THIRD PARTIES WITHOUT PRIOR WRITTEN AUTHORIZATION

More information

Constructief omgaan met conflicten

Constructief omgaan met conflicten Authentic Leadership ent programme es, trainers and Constructief omgaan met conflicten s, trainers and to grow in their 16 ability maart to coach 2012 and mentor leaders, so they can ntial and values ging

More information

Virtualisatie. voor desktop en beginners. Gert Schepens Slides & Notities op gertschepens.be

Virtualisatie. voor desktop en beginners. Gert Schepens Slides & Notities op gertschepens.be Virtualisatie voor desktop en beginners Gert Schepens Slides & Notities op gertschepens.be Op deze teksten is de Creative Commons Naamsvermelding- Niet-commercieel-Gelijk delen 2.0 van toepassing. Wat

More information

Costs and effectiveness of domestic offset schemes. Final report

Costs and effectiveness of domestic offset schemes. Final report Costs and effectiveness of domestic offset schemes Final report Costs and effectiveness of domestic offset schemes Final report By: Bram Borkent, Siobhan O Keeffe, Maarten Neelis and Alyssa Gilbert Date:

More information

Workshops and publishers' presentations 2015

Workshops and publishers' presentations 2015 Workshops and publishers' presentations 2015 Workshops 1. Marcel Lemmens: Workshop is full! Six approaches to English grammar teaching and learning and Dutch Why is learning English grammar such an uphill

More information